» Het presidentenbacchanaal
Het was zaterdagavond groot (want onverwacht) feest in de taverne van vice-president Ömer in de Amsterdamse Frans Halsstraat. Bijna iedereen was er: de gastheer (uit Sumela, Trabzon), president Balti (van het naastgelegen Indiase restaurant Balti House; uit Bangladesh), president Aslan (van restaurant Kilim aan de Ceintuurbaan; uit Turkije), Mariuszek (uit Broek in Waterland), Ilona (uit Polen), een vriend van vice-president Ömer (uit Koerdistan), twee vrienden van president Aslan (uit Turkije), Winnie (gelegenheids-dj; uit Zeeuws-Vlaanderen), Christie en een vriendin (uit België), Ellingmanns vrouw (uit Amsterdam), en Ellingmann zelf.
Een bont gezelschap. Er werd met onbekrompen maat gedronken en gedanst.
Vooral president Balti was uitgelaten. De Bengalees slingerde zich rond een ijzeren sierpaal die midden in de taverne staat. Hij was geraakt door de rode wijn.
'Hij moet nog rijden!' fluisterde Ellingmanns vrouw. 'Snel, pak zijn autosleutels!'
Maar Ellingmann oordeelde dat hij zich daar niet mee te bemoeien had. twee reacties | ¶
Een bont gezelschap. Er werd met onbekrompen maat gedronken en gedanst.
Vooral president Balti was uitgelaten. De Bengalees slingerde zich rond een ijzeren sierpaal die midden in de taverne staat. Hij was geraakt door de rode wijn.
'Hij moet nog rijden!' fluisterde Ellingmanns vrouw. 'Snel, pak zijn autosleutels!'
Maar Ellingmann oordeelde dat hij zich daar niet mee te bemoeien had. twee reacties | ¶
» What do you mean doin' nothing
Dat café heette 'Naar Boven', Vaselinestraat. Taxi Koningsplein. Het zal een maandagnacht zijn geweest en we kwamen zo'n beetje op dezelfde tijd aan.
Dag Herman, dag Frans. Hij had zijn honden bij zich, en dronk margarita's, de hele nacht — ik calvados. We hebben elkaar bediend, zonder woorden. Twee werelden, hoor, vijf barkrukken van elkaar.
We waren alleen daar. Een beleefde bardame erbij, hoogstens. Urenlang het trompetje van Chet Baker.
Ergens daarvoor had ik een paar weken meegedrumd in zijn band, de Wild Romance. Herman Brood was het allemaal vergeten. 'Wat ben je lief voor mijn honden,' zei hij ten slotte.
Ik ben niet alleen lief voor honden, heb ik geantwoord. twee reacties | ¶
Dag Herman, dag Frans. Hij had zijn honden bij zich, en dronk margarita's, de hele nacht — ik calvados. We hebben elkaar bediend, zonder woorden. Twee werelden, hoor, vijf barkrukken van elkaar.
We waren alleen daar. Een beleefde bardame erbij, hoogstens. Urenlang het trompetje van Chet Baker.
Ergens daarvoor had ik een paar weken meegedrumd in zijn band, de Wild Romance. Herman Brood was het allemaal vergeten. 'Wat ben je lief voor mijn honden,' zei hij ten slotte.
Ik ben niet alleen lief voor honden, heb ik geantwoord. twee reacties | ¶
» 18 oktober 1980
Het is verdomme alweer 23 jaar geleden. Ellingmann, die toen nog een mannetje was, had zich voor de Nordmende-televisie van zijn ouders geïnstalleerd en afgestemd op de Westdeutsche Rundfunk (WDR, Duitsland 3), die het programma Rockpalast uitzond. The Police live, vanuit de Grugahalle in Essen. Cassetterecorder met richtmicrofoon in de aanslag.
Nooit eerder ging Stewart Copeland achter zijn Tama zo tekeer. 'Bring On The Night' was het hoogtepunt.
Luister maar. vier reacties | ¶
Nooit eerder ging Stewart Copeland achter zijn Tama zo tekeer. 'Bring On The Night' was het hoogtepunt.
Luister maar. vier reacties | ¶
» Een nieuw kader
Rechts ziet u een nieuw kader: langere stukken. Het onderste kent u al, 'Erica' is nieuw. Aanklikken dat stuk, en lezen!
Wat zou Ellingmann moeten zonder zijn Chef Techniek? drie reacties | ¶
Wat zou Ellingmann moeten zonder zijn Chef Techniek? drie reacties | ¶
» Erica
1.
Daar komt Erica Blom aangelopen over het zomerse gras, met een stralend gezicht en, wanneer ze eenmaal voor me staat, met gepaste afstand — als vroeger. Ze heeft een zachtrood jurkje aan, met witte stippen. Ze kijkt me aan alsof we elkaar dagelijks zien.
'Ik heb een baan,' zegt ze. Prachtig, ze heeft een baan, en dat in een tijd dat bijna niemand een baan heeft. Ze wordt directeur op een kantoor in Den Haag. Opgetogen legt ze uit wat ze precies gaat doen. Bijna verliest ze de controle die ik mij van haar herinner, zo graag wil ze me alles uitleggen. Ze zal een interessante functie gaan vervullen.
'En ik wil het vieren,' voegt ze eraan toe. 'Kom je ook.'
Maar wat leuk, Erica. Het is zo bijzonder dat je mij uitnodigt, dat, terwijl we elkaar tien, vijftien jaar niet gezien hebben. We zijn oud nu.
Nadat het feest gevierd is, gaan we nog naar een café en blijven uiteindelijk met zijn tweeën over: de anderen zijn vertrokken.
2.
De volgende dag tref ik haar weer op hetzelfde veld, dat ik inmiddels beschouw als het onze. Erica is in mijn leven nu.
'Ga je nog uit vanavond,' vraag ik.
'Eventjes misschien,' zegt ze afhoudend. 'Even naar Duet. Niet te lang.' Duet, dat is café Duet, waar we gisteren ook waren. Ik moet vanavond naar Duet want de kans bestaat dat Erica komt. Ze is alleen, ze heeft een goede baan in Den Haag, ze wordt misschien verliefd op mij, ik op haar, wat overkomt mij!
Maar 's avonds is ze er niet en ik wil zoveel drinken dat ik mij niet meer herinner dat ze ooit zou komen.
3.
Erica is in mijn hoofd maar ik zie haar nergens. Ik vind dat niet erg, want haar aanwezigheid in mijn hoofd is zo geruststellend dat haar lijfelijke aanwezigheid overbodig zou zijn. Ik vertel haar alles wat ik een ander nooit vertellen zou omdat het geheim is. Overal waar ik kom ben ik vrolijk en ik beantwoord de vragen van de mensen met een gemak en een precisie zoals ik die nooit kende.
Ze is mijn troosteres, biechtvader en geliefde tegelijk, al krijg ik haar niet te zien.
4.
Het bos waar ik doorheen loop, is uitgestrekt en het landschap wisselt: nu eens staan de naaldbomen dicht op elkaar en striemen de takken in mijn gezicht, dan weer ren ik over onbeboste en moerassige velden. Een meisje rent met mij mee, samen vluchten we en we weten waar we voor vluchten, al denken we daar niet meer aan. Onderweg is ze al haar kleren kwijtgeraakt, ze is bloot. Later, als we veilig zijn, zal ik een jurk voor haar kopen. Nu is daar geen tijd voor. We waden door rivieren, af en toe stroomt de regen met bakken uit de hemel. Het lawaai van de natuur om ons heen is oorverdovend.
We bloeden, we hebben het warm.
Na uren achtereen zo gelopen te hebben, zien we in de verte de stad liggen: we zijn gered.
De grens tussen de woeste bossen en de stad is abrupt. Ik stamp de modder van mijn schoenen en klop de takken en dennenaalden uit mijn gescheurde kleren. Voor mij ligt Amsterdam, ik sta op de klinkers van een straat die ik niet herken. Alles wat ik weet is dat ik in Amsterdam ben, dat ik veilig ben.
Het blote meisje staat achter me. We kijken om ons heen en ruiken de lucht van een brand die juist geblust is. In de verte tussen de huizen zien we pluimen witte rook en er bewegen zich mensen onrustig door de straten die voor ons liggen. We lopen een eindje de stad in en vragen aan een groepje mensen dat staat te kijken wat er aan de hand is.
'Er heeft een vreselijke brand gewoed,' antwoordt iemand. 'Er zijn mensen omgekomen. Niemand weet hoeveel, of wie.' Ik vraag mij inmiddels af of dit wel Amsterdam is. Ik herken niets: geen gebouw, geen straat, geen mens. Ben ik zo lang weggeweest, heeft mijn vlucht door de wouden zo lang geduurd?
Dan komt Erica Blom aangelopen. Ze loopt naar het groepje mensen toe waar wij bij staan en zegt niets.
Erica. Mooie Erica. Maar haar witte charmante schoenen zijn zwartgeblakerd, haar zachtrode jurkje met witte stippen is gescheurd en haar gezicht is volledig verbrand: haar voorhoofd en haar wangen vertonen watachtige, zwartomrande zwellingen en haar haren zijn verschroeid. Het is of ze bewijzen wil dat ik het altijd mis heb gehad.
Ze blijft me zwijgend aankijken en ik weet niet wat ik tegen haar zeggen zal. reageer | ¶
Daar komt Erica Blom aangelopen over het zomerse gras, met een stralend gezicht en, wanneer ze eenmaal voor me staat, met gepaste afstand — als vroeger. Ze heeft een zachtrood jurkje aan, met witte stippen. Ze kijkt me aan alsof we elkaar dagelijks zien.
'Ik heb een baan,' zegt ze. Prachtig, ze heeft een baan, en dat in een tijd dat bijna niemand een baan heeft. Ze wordt directeur op een kantoor in Den Haag. Opgetogen legt ze uit wat ze precies gaat doen. Bijna verliest ze de controle die ik mij van haar herinner, zo graag wil ze me alles uitleggen. Ze zal een interessante functie gaan vervullen.
'En ik wil het vieren,' voegt ze eraan toe. 'Kom je ook.'
Maar wat leuk, Erica. Het is zo bijzonder dat je mij uitnodigt, dat, terwijl we elkaar tien, vijftien jaar niet gezien hebben. We zijn oud nu.
Nadat het feest gevierd is, gaan we nog naar een café en blijven uiteindelijk met zijn tweeën over: de anderen zijn vertrokken.
2.
De volgende dag tref ik haar weer op hetzelfde veld, dat ik inmiddels beschouw als het onze. Erica is in mijn leven nu.
'Ga je nog uit vanavond,' vraag ik.
'Eventjes misschien,' zegt ze afhoudend. 'Even naar Duet. Niet te lang.' Duet, dat is café Duet, waar we gisteren ook waren. Ik moet vanavond naar Duet want de kans bestaat dat Erica komt. Ze is alleen, ze heeft een goede baan in Den Haag, ze wordt misschien verliefd op mij, ik op haar, wat overkomt mij!
Maar 's avonds is ze er niet en ik wil zoveel drinken dat ik mij niet meer herinner dat ze ooit zou komen.
3.
Erica is in mijn hoofd maar ik zie haar nergens. Ik vind dat niet erg, want haar aanwezigheid in mijn hoofd is zo geruststellend dat haar lijfelijke aanwezigheid overbodig zou zijn. Ik vertel haar alles wat ik een ander nooit vertellen zou omdat het geheim is. Overal waar ik kom ben ik vrolijk en ik beantwoord de vragen van de mensen met een gemak en een precisie zoals ik die nooit kende.
Ze is mijn troosteres, biechtvader en geliefde tegelijk, al krijg ik haar niet te zien.
4.
Het bos waar ik doorheen loop, is uitgestrekt en het landschap wisselt: nu eens staan de naaldbomen dicht op elkaar en striemen de takken in mijn gezicht, dan weer ren ik over onbeboste en moerassige velden. Een meisje rent met mij mee, samen vluchten we en we weten waar we voor vluchten, al denken we daar niet meer aan. Onderweg is ze al haar kleren kwijtgeraakt, ze is bloot. Later, als we veilig zijn, zal ik een jurk voor haar kopen. Nu is daar geen tijd voor. We waden door rivieren, af en toe stroomt de regen met bakken uit de hemel. Het lawaai van de natuur om ons heen is oorverdovend.
We bloeden, we hebben het warm.
Na uren achtereen zo gelopen te hebben, zien we in de verte de stad liggen: we zijn gered.
De grens tussen de woeste bossen en de stad is abrupt. Ik stamp de modder van mijn schoenen en klop de takken en dennenaalden uit mijn gescheurde kleren. Voor mij ligt Amsterdam, ik sta op de klinkers van een straat die ik niet herken. Alles wat ik weet is dat ik in Amsterdam ben, dat ik veilig ben.
Het blote meisje staat achter me. We kijken om ons heen en ruiken de lucht van een brand die juist geblust is. In de verte tussen de huizen zien we pluimen witte rook en er bewegen zich mensen onrustig door de straten die voor ons liggen. We lopen een eindje de stad in en vragen aan een groepje mensen dat staat te kijken wat er aan de hand is.
'Er heeft een vreselijke brand gewoed,' antwoordt iemand. 'Er zijn mensen omgekomen. Niemand weet hoeveel, of wie.' Ik vraag mij inmiddels af of dit wel Amsterdam is. Ik herken niets: geen gebouw, geen straat, geen mens. Ben ik zo lang weggeweest, heeft mijn vlucht door de wouden zo lang geduurd?
Dan komt Erica Blom aangelopen. Ze loopt naar het groepje mensen toe waar wij bij staan en zegt niets.
Erica. Mooie Erica. Maar haar witte charmante schoenen zijn zwartgeblakerd, haar zachtrode jurkje met witte stippen is gescheurd en haar gezicht is volledig verbrand: haar voorhoofd en haar wangen vertonen watachtige, zwartomrande zwellingen en haar haren zijn verschroeid. Het is of ze bewijzen wil dat ik het altijd mis heb gehad.
Ze blijft me zwijgend aankijken en ik weet niet wat ik tegen haar zeggen zal. reageer | ¶
» Bring On The Night
Voor wie het nog niet in de gaten had: ellingmann.com is gewijd aan de nacht. Alle stukken die erop staan zijn zonder uitzondering geschreven tussen zeg twee en acht in de nacht. Kijk eens naar die kleuren! Ik heb dat gedaan om jullie gerust te stellen. Ik probeer je overdag de nacht in te trekken. De nacht is goed!
De nacht biedt troost, vinden jullie ook niet? De rest rust en valt je niet meer lastig met gezanik, gejeremieer en geleuter.
Het is tussen de nacht en jou. Eindelijk alleen.
Het mooiste boek dat ik ooit heb gelezen heet: Reis naar het einde van de nacht. De mooiste zin daaruit luidt: 'Dat is 't misschien waar je je hele leven naar zoekt, dat en niets anders, een zo groot mogelijk verdriet om eindelijk jezelf te zijn voordat je sterft.'
We hebben nog de tijd, nietwaar? acht reacties | ¶
De nacht biedt troost, vinden jullie ook niet? De rest rust en valt je niet meer lastig met gezanik, gejeremieer en geleuter.
Het is tussen de nacht en jou. Eindelijk alleen.
Het mooiste boek dat ik ooit heb gelezen heet: Reis naar het einde van de nacht. De mooiste zin daaruit luidt: 'Dat is 't misschien waar je je hele leven naar zoekt, dat en niets anders, een zo groot mogelijk verdriet om eindelijk jezelf te zijn voordat je sterft.'
We hebben nog de tijd, nietwaar? acht reacties | ¶
» Verbiddelijk niet, gans!
Zo nu en dan ergert Ellingmann zich wild uit vrije wil. Hij gaat op de bank zitten en bekijkt een willekeurige Hollywood-film. Hij begint een discussie met de buurvrouw over het dichtslaan van de voordeur. Of hij surft naar de website van Adam Curry. —
Wanneer Ellingmann iets doet, probeert hij dat, net als u, zo goed mogelijk te doen. Voordat Adam Curry iets doet, belt Patries uit voorzorg een advocaat.
Enfin. Laatst zocht Ellingmann een woord op. Af en toe is dat noodzakelijk. 'Weeïg' was dat woord. Hij wilde er zeker van zijn dat hij 't juist had gespeld. 'Weeïg,' zei de digitale Van Dale. 'Min of meer onpasselijk makend.'
Onpasselijk. Een opvallend woord. Het tegengestelde van 'onpasselijk' is immers niet: 'passelijk'. Zijn er meer voorbeelden? Jazeker. 'Onmin' en 'min'. 'Onverbiddelijk' en 'verbiddelijk'. 'Ongans' en 'gans'. Woorden dus die beginnen met 'on-' en die, wanneer je het 'on' eraf haalt, niet het tegengestelde betekenen.
U kent er vast nog veel meer.
UPDATE Jenneke vraagt zich in de Commentaren af of het woord zonder 'on-' moet bestaan. Ze heeft gelijk. Ik ben onzorgvuldig geweest. Het woord zonder 'on-' moet bestaan. 'Verbiddelijk' mag dus niet, 'gans' weer wel. (De titel van het stukje is gewijzigd.)
TWEEDE UPDATE Een lastig volkje, dat reageervolkje! Een tweede update blijkt noodzakelijk. 'On-' moet gebruikt zijn als voorvoegsel, als prefix. Daarom zijn 'onder' en 'onlangs' niet goed. 'Onpraktisch' is wel goed, want het tegengestelde ('praktisch') heeft als betekenis onder meer 'nagenoeg'. 'Onguur' is een mooie, Charlotte. Er zullen nog wel meer updates volgen, vreest Ellingmann...
LAATSTE UPDATE Speciaal voor Verbal Jam (en voor Johnny The Selfkicker, wiens geest al jaren waait) een laatste update. Lees!
A.J.A. Van Bladel: Het Nozele Meisje
Hoe zou het anders moeten met het nozele meisje dat tijdens een hevige weersbui schuilde in een aanzienlijk hutje? Daar werd zij verhoeds benaderd door een ooglijke verlaat die verwachts opdook en verwijld een aanvang maakte met het plegen van tuchtige handelingen. Het tot dan gerepte wicht begon bedaarlijk te gillen, omdat zij hem middellijk herkende. Op dit heilspellende ogenblik besefte zij dat herroepelijk haar laatste ogenblik zou aanbreken als ze de beschofte vlegel zou tegenwerken, reden waarom zij zijn bekookte avances beholpen beantwoordde, ofschoon het gure uiterlijk van de hebbelijke ietsnut haar passelijk maakte. Deze vond haar nogal benullig, maar hij was natuurlijk kundig van haar besproken wandel voordien. Toch maakte hij een gegeneerd gebruik van de gedachte mogelijkheden, temeer waar zij tegenzeggelijk een gemeen goed figuur had, dat hem met stuimigheid vervulde. Maar tot uitsprekelijke vreugde van het meisje, bleef hij verrichter zake, omdat de deur open vloog en 't verbiddelijke gezicht van een boswachter het stuk gedierte het bestemde gevoel gaf dat er heil dreigde. Jij verbeterlijke schoft, zei de wachter omwonden, goed dat ik een fiets beheerd zag staan, zodat ik dit schuldige kind nog gedeerd aan je gewassen klauwen kon ontrukken, maar je zult voor deze besuisde daad getwijfeld niet gestraft blijven. Na deze opmerking nam hij de wennig kijkende ruststoker mee, terwijl het meisje troerd haar redder sterfelijke dank betuigde. 33 reacties | ¶
Wanneer Ellingmann iets doet, probeert hij dat, net als u, zo goed mogelijk te doen. Voordat Adam Curry iets doet, belt Patries uit voorzorg een advocaat.
Enfin. Laatst zocht Ellingmann een woord op. Af en toe is dat noodzakelijk. 'Weeïg' was dat woord. Hij wilde er zeker van zijn dat hij 't juist had gespeld. 'Weeïg,' zei de digitale Van Dale. 'Min of meer onpasselijk makend.'
Onpasselijk. Een opvallend woord. Het tegengestelde van 'onpasselijk' is immers niet: 'passelijk'. Zijn er meer voorbeelden? Jazeker. 'Onmin' en 'min'. 'Onverbiddelijk' en 'verbiddelijk'. 'Ongans' en 'gans'. Woorden dus die beginnen met 'on-' en die, wanneer je het 'on' eraf haalt, niet het tegengestelde betekenen.
U kent er vast nog veel meer.
UPDATE Jenneke vraagt zich in de Commentaren af of het woord zonder 'on-' moet bestaan. Ze heeft gelijk. Ik ben onzorgvuldig geweest. Het woord zonder 'on-' moet bestaan. 'Verbiddelijk' mag dus niet, 'gans' weer wel. (De titel van het stukje is gewijzigd.)
TWEEDE UPDATE Een lastig volkje, dat reageervolkje! Een tweede update blijkt noodzakelijk. 'On-' moet gebruikt zijn als voorvoegsel, als prefix. Daarom zijn 'onder' en 'onlangs' niet goed. 'Onpraktisch' is wel goed, want het tegengestelde ('praktisch') heeft als betekenis onder meer 'nagenoeg'. 'Onguur' is een mooie, Charlotte. Er zullen nog wel meer updates volgen, vreest Ellingmann...
LAATSTE UPDATE Speciaal voor Verbal Jam (en voor Johnny The Selfkicker, wiens geest al jaren waait) een laatste update. Lees!
A.J.A. Van Bladel: Het Nozele Meisje
Hoe zou het anders moeten met het nozele meisje dat tijdens een hevige weersbui schuilde in een aanzienlijk hutje? Daar werd zij verhoeds benaderd door een ooglijke verlaat die verwachts opdook en verwijld een aanvang maakte met het plegen van tuchtige handelingen. Het tot dan gerepte wicht begon bedaarlijk te gillen, omdat zij hem middellijk herkende. Op dit heilspellende ogenblik besefte zij dat herroepelijk haar laatste ogenblik zou aanbreken als ze de beschofte vlegel zou tegenwerken, reden waarom zij zijn bekookte avances beholpen beantwoordde, ofschoon het gure uiterlijk van de hebbelijke ietsnut haar passelijk maakte. Deze vond haar nogal benullig, maar hij was natuurlijk kundig van haar besproken wandel voordien. Toch maakte hij een gegeneerd gebruik van de gedachte mogelijkheden, temeer waar zij tegenzeggelijk een gemeen goed figuur had, dat hem met stuimigheid vervulde. Maar tot uitsprekelijke vreugde van het meisje, bleef hij verrichter zake, omdat de deur open vloog en 't verbiddelijke gezicht van een boswachter het stuk gedierte het bestemde gevoel gaf dat er heil dreigde. Jij verbeterlijke schoft, zei de wachter omwonden, goed dat ik een fiets beheerd zag staan, zodat ik dit schuldige kind nog gedeerd aan je gewassen klauwen kon ontrukken, maar je zult voor deze besuisde daad getwijfeld niet gestraft blijven. Na deze opmerking nam hij de wennig kijkende ruststoker mee, terwijl het meisje troerd haar redder sterfelijke dank betuigde. 33 reacties | ¶
» De snackbar
Ellingmann was gisteren op café en trof daar Verbaljam, met wie hij in gesprek raakte over teksten schrijven in 't algemeen en het publiceren van lange lappen tekst op het Internet in het bijzonder.
'Wanneer de tekst boeiend genoeg is, lezen de bezoekertjes die lange lap wel uit,' merkte Verbaljam op. 'En wie daartoe niet bereid is, zoekt zijn heil wel ergens anders.' Of woorden van gelijke strekking.
Later liep Ellingmann over straat en overwoog Verbaljams woorden. 'Ik heb tot nu toe één lange lap gepubliceerd,' prevelde hij. 'Een enkeling heeft het gelezen, dat met zorg bereide feestmaal. En binnenkort komt er nog één: het vervolg op Céret de Toros (1). Dat wordt ook een 1000-plusser, vermoedelijk. Hoe los ik dit op?'
Ellingmann liep langs een snackbar en hield halt. Hij trok een kroketje uit de muur en verorberde die met smaak.
Ineens was hij eruit.
'Het volk wil kroketten...! Geef het volk kroketten!' bulderde hij. Geschrokken keken de overige bezoekers hem aan. 'Maar soms heb ik trek in een driegangenmenu,' piepte een van hen.
'Zo is dat!' brulde Ellingmann. 'En dus serveer ik voor de liefhebbers driegangenmenu's! Ik wens u nog een goedenavond!' En hij beende weg, de overige snackbarbezoekers verbijsterd achterlatend.
Thuisgekomen besloot hij zijn Chef Techniek de opdracht te geven een kader op ellingmann.com te plaatsen waarin de lange lappen aangeklikt kunnen worden. Binnenkort alhier, en speciaal bereid voor de liefhebbers van een smakelijk driegangenmenu.
Kroketten kunt u hier altijd blijven trekken. negen reacties | ¶
'Wanneer de tekst boeiend genoeg is, lezen de bezoekertjes die lange lap wel uit,' merkte Verbaljam op. 'En wie daartoe niet bereid is, zoekt zijn heil wel ergens anders.' Of woorden van gelijke strekking.
Later liep Ellingmann over straat en overwoog Verbaljams woorden. 'Ik heb tot nu toe één lange lap gepubliceerd,' prevelde hij. 'Een enkeling heeft het gelezen, dat met zorg bereide feestmaal. En binnenkort komt er nog één: het vervolg op Céret de Toros (1). Dat wordt ook een 1000-plusser, vermoedelijk. Hoe los ik dit op?'
Ellingmann liep langs een snackbar en hield halt. Hij trok een kroketje uit de muur en verorberde die met smaak.
Ineens was hij eruit.
'Het volk wil kroketten...! Geef het volk kroketten!' bulderde hij. Geschrokken keken de overige bezoekers hem aan. 'Maar soms heb ik trek in een driegangenmenu,' piepte een van hen.
'Zo is dat!' brulde Ellingmann. 'En dus serveer ik voor de liefhebbers driegangenmenu's! Ik wens u nog een goedenavond!' En hij beende weg, de overige snackbarbezoekers verbijsterd achterlatend.
Thuisgekomen besloot hij zijn Chef Techniek de opdracht te geven een kader op ellingmann.com te plaatsen waarin de lange lappen aangeklikt kunnen worden. Binnenkort alhier, en speciaal bereid voor de liefhebbers van een smakelijk driegangenmenu.
Kroketten kunt u hier altijd blijven trekken. negen reacties | ¶
» 'Alone' van Poe — vertalen doe je zo
Vertalen is een ondankbare taak. Het is immers niet de bedoeling dat de vertaler het origineel overtreft (gebeurt dat wel, dan is de vertaling niet adequaat), wat inhoudt dat evenaren het hoogst haalbare is. Ellingmanns bondgenoot kent geen enkele vertaling die dat niveau bereikt.
De beste vertaling is een vakkundig uitgevoerd compromis, een 'op zichzelf staand kunstwerk' misschien, maar desondanks: een step met lekke achterband die gemaakt is van een gloednieuwe Mercedes, een uit marmer opgetrokken hutje op de hei.
'Alone' van Edgar Allan Poe is een gedicht dat rijmt. 't Is bovendien een gedicht met een dwingend ritme ('rhythme'). Die twee componenten (rijm en rhythme) dient de vertaling van 'Alone' te bevatten, oordeelt Ellingmanns bondgenoot.
Er is een handvol vertalingen binnengekomen. 'Ze hebben hun strijd gestreden!' luidde het schampere commentaar van Ellingmanns bondgenoot.
Hijzelf is gelukkig veel milder. De inzenders hebben zonder uitzondering hun best gedaan, en verdienen een eervolle vermelding. Cockie, Theun, Sander, G. en Roel: hierbij.
De winnaar is Sander Bijl. Zijn vertaling luidt:
Alleen (naar Edgar Allan Poe)
Als jongetje al was ik niet
Als anderen; wat een ander ziet
Dat zag ik niet; een bloesemknop
Wekte bij mij geen hartstocht op.
Ook putte ik mijn diep verdriet
Uit an'dre bron; mijn vrolijk lied
Klonk voor geeneen
Ik hield ervan, en ik alleen
Toen — mijn jeugd — in d'ochtendzon
Welk stormend leven — dat toen begon
Uit diep're diepten van goed en slecht;
Het mysterie dat mij hecht
Van de stortvloed, een fontein
Hoe rood de kammen van de bergwand zijn
Van de zon, de koperen ploert
Wiens schijn mijn schone herfst beroert
Van de lichten in de lucht,
scherend langs mij, in een vlucht
Van de regen en de storm
vormt een wolk, hemelse vorm
(in de lucht, zo hemels blauw)
Als een duivel, zo ik beschouw.
Het is Sander gelukt het rijmschema vast te houden en bovendien heeft hij oor gehad voor het ritme. Wat hem (en de anderen) niet is gelukt, doet niet ter zake.
Sander, stuur me per e-mail je postadres. Dan krijg je de beloning (Philip Callow: Vincent van Gogh, een leven) binnen afzienbare tijd thuisgestuurd.
Over de uitslag mag u corresponderen. De kans dat u antwoord krijgt, is te verwaarlozen.
Ellingmann heeft zijn bondgenoot nog wel gevraagd om diens vertaling van de laatste veertien regels. 'Ben je belazerd!' antwoordde hij op het onbeleefde af en nipte aan zijn glas calvados. 'Zoiets doe ik alleen voor Geld.' twaalf reacties | ¶
De beste vertaling is een vakkundig uitgevoerd compromis, een 'op zichzelf staand kunstwerk' misschien, maar desondanks: een step met lekke achterband die gemaakt is van een gloednieuwe Mercedes, een uit marmer opgetrokken hutje op de hei.
'Alone' van Edgar Allan Poe is een gedicht dat rijmt. 't Is bovendien een gedicht met een dwingend ritme ('rhythme'). Die twee componenten (rijm en rhythme) dient de vertaling van 'Alone' te bevatten, oordeelt Ellingmanns bondgenoot.
Er is een handvol vertalingen binnengekomen. 'Ze hebben hun strijd gestreden!' luidde het schampere commentaar van Ellingmanns bondgenoot.
Hijzelf is gelukkig veel milder. De inzenders hebben zonder uitzondering hun best gedaan, en verdienen een eervolle vermelding. Cockie, Theun, Sander, G. en Roel: hierbij.
De winnaar is Sander Bijl. Zijn vertaling luidt:
Alleen (naar Edgar Allan Poe)
Als jongetje al was ik niet
Als anderen; wat een ander ziet
Dat zag ik niet; een bloesemknop
Wekte bij mij geen hartstocht op.
Ook putte ik mijn diep verdriet
Uit an'dre bron; mijn vrolijk lied
Klonk voor geeneen
Ik hield ervan, en ik alleen
Toen — mijn jeugd — in d'ochtendzon
Welk stormend leven — dat toen begon
Uit diep're diepten van goed en slecht;
Het mysterie dat mij hecht
Van de stortvloed, een fontein
Hoe rood de kammen van de bergwand zijn
Van de zon, de koperen ploert
Wiens schijn mijn schone herfst beroert
Van de lichten in de lucht,
scherend langs mij, in een vlucht
Van de regen en de storm
vormt een wolk, hemelse vorm
(in de lucht, zo hemels blauw)
Als een duivel, zo ik beschouw.
Het is Sander gelukt het rijmschema vast te houden en bovendien heeft hij oor gehad voor het ritme. Wat hem (en de anderen) niet is gelukt, doet niet ter zake.
Sander, stuur me per e-mail je postadres. Dan krijg je de beloning (Philip Callow: Vincent van Gogh, een leven) binnen afzienbare tijd thuisgestuurd.
Over de uitslag mag u corresponderen. De kans dat u antwoord krijgt, is te verwaarlozen.
Ellingmann heeft zijn bondgenoot nog wel gevraagd om diens vertaling van de laatste veertien regels. 'Ben je belazerd!' antwoordde hij op het onbeleefde af en nipte aan zijn glas calvados. 'Zoiets doe ik alleen voor Geld.' twaalf reacties | ¶
» Een drukte van belang
Het is een drukke dag vandaag. Ellingmanns trouwste bondgenoot legt de laatste hand aan A hundred shades of white van Preethi Nair (binnenkort onder de titel Honderd tinten wit in uw boekhandel), en hijzelf buigt zich over het tweede deel van Céret de Toros, het verhaal over het stierenvechten in Zuid-Frankrijk, waarin Ellingmann in een nachtclub is beland.
Maar ook u hebt het druk! Want morgen is de laatste dag dat u uw vertaling van Poe's gedicht 'Alone' aan mij op kunt sturen.
Alles op het laatste moment! vier reacties | ¶
Maar ook u hebt het druk! Want morgen is de laatste dag dat u uw vertaling van Poe's gedicht 'Alone' aan mij op kunt sturen.
Alles op het laatste moment! vier reacties | ¶
» Een boze bui
Ellingmann heeft een boze bui en surft naar www.godverdomme.com.
'Niet een woord om zomaar tegen iedereen uit te spreken. Wel een bijzonder krachtige uitdrukking die onmiddellijk in het oog valt en daardoor veel aandacht trekt.
Voor de slimme entrepreneur is nu te koop:
GODVERDOMME.COM
De prijs zoals vastgesteld door de bevoegde authoriteiten (sic! Ellingmann) bedraagt HFL. 1,6 miljoen.'
1,6 miljoen gulden. Gulden! Tjesus! acht reacties | ¶
'Niet een woord om zomaar tegen iedereen uit te spreken. Wel een bijzonder krachtige uitdrukking die onmiddellijk in het oog valt en daardoor veel aandacht trekt.
Voor de slimme entrepreneur is nu te koop:
GODVERDOMME.COM
De prijs zoals vastgesteld door de bevoegde authoriteiten (sic! Ellingmann) bedraagt HFL. 1,6 miljoen.'
1,6 miljoen gulden. Gulden! Tjesus! acht reacties | ¶
» Viermaal rood
Vanmiddag werden er bij Lazio-Perugia vier rode kaarten uitgedeeld. Eén voor Lazio, drie voor Perugia. Wanneer een team met minder dan acht spelers in het veld komt te staan, is de wedstrijd afgelopen. Maar wat gebeurt er dan met de uitslag?
(Céret de Toros 2 volgt morgen, of heel misschien vanavond nog. Niet zeuren, u krijgt het allemaal gratis.) vier reacties | ¶
(Céret de Toros 2 volgt morgen, of heel misschien vanavond nog. Niet zeuren, u krijgt het allemaal gratis.) vier reacties | ¶
» Céret de Toros — de spieren van de stier (1)
Céret is een Frans-Catalaans stadje aan de voet van de Pyreneeën. De Middellandse Zee ligt er dertig kilometer vandaan, de Spaanse grens een kilometer of tien. Een echte vent rijdt er vanuit Amsterdam in één dag naartoe
(1300 km).
De hoofdstraat van Céret, de Boulevard Maréchal Joffre, is omzoomd door breedgestamde, bladerrijke platanen.
Aan dit straatje — bij een boulevard stellen wij ons iets anders voor — ligt het Grand Café Céret, waar je te midden van Catalanen en Engelsen een pastis drinkt en op paarden wedden kan. Picasso kwam er aan het begin van de vorige eeuw graag en vaak.
Het is een lieflijk plaatsje, dat die aangenaam schijn-harde sfeer kent die Frans-Catalaanse dorpen en stadjes kenmerkt: de gerechten op de menukaart zijn grof en eerlijk (worst, ham), het door de Catalanen gesproken Frans is rauw ('veng de Perpingjang'), en men houdt hier van stierenvechten ('corrida'). Dat zal de reden zijn dat hier niet zoveel Nederlanders en Belgen komen. Schaamteloos eten zij hun lapje ossenhaas of hun kipfilet en keuren, ongehinderd door enige kennis van zaken, het stierengevecht af.
Met oogkleppen op zie je sowieso weinig van zo'n machtig schouwspel, en dan is wegblijven misschien nog maar het beste.
Wij treffen Ellingmann aan in 'Nightclub Les Artistes', Place des Neuf-Jets, Céret. Het is 16 juli 2003, een uur of drie 's nachts, en ondanks dat uur is het buiten nog een graad of 25.
Ellingmann is juist binnengekomen. Hij gaat aan de bar zitten, bestelt een glas Spaans bier en kijkt eens om zich heen.
(Morgen het vervolg van 'Céret de Toros — de spieren van de stier') acht reacties | ¶
(1300 km).
De hoofdstraat van Céret, de Boulevard Maréchal Joffre, is omzoomd door breedgestamde, bladerrijke platanen.
Aan dit straatje — bij een boulevard stellen wij ons iets anders voor — ligt het Grand Café Céret, waar je te midden van Catalanen en Engelsen een pastis drinkt en op paarden wedden kan. Picasso kwam er aan het begin van de vorige eeuw graag en vaak.Het is een lieflijk plaatsje, dat die aangenaam schijn-harde sfeer kent die Frans-Catalaanse dorpen en stadjes kenmerkt: de gerechten op de menukaart zijn grof en eerlijk (worst, ham), het door de Catalanen gesproken Frans is rauw ('veng de Perpingjang'), en men houdt hier van stierenvechten ('corrida'). Dat zal de reden zijn dat hier niet zoveel Nederlanders en Belgen komen. Schaamteloos eten zij hun lapje ossenhaas of hun kipfilet en keuren, ongehinderd door enige kennis van zaken, het stierengevecht af.
Met oogkleppen op zie je sowieso weinig van zo'n machtig schouwspel, en dan is wegblijven misschien nog maar het beste.
Wij treffen Ellingmann aan in 'Nightclub Les Artistes', Place des Neuf-Jets, Céret. Het is 16 juli 2003, een uur of drie 's nachts, en ondanks dat uur is het buiten nog een graad of 25.
Ellingmann is juist binnengekomen. Hij gaat aan de bar zitten, bestelt een glas Spaans bier en kijkt eens om zich heen.
(Morgen het vervolg van 'Céret de Toros — de spieren van de stier') acht reacties | ¶
» Hopper, Picasso, Simenon
De hele dag al twijfelt Ellingmann over het onderwerp van zijn stukje. Zal hij Room in New York van Edward Hopper onder de loep nemen? Een van de talloze zinnen uit het werk van Georges Simenon toelichten? Zijn enthousiasme over de torero-kunst van Picasso aan u overbrengen?
Hij is eruit. Morgen in dit theater: De spieren van de stier. drie reacties | ¶
Hij is eruit. Morgen in dit theater: De spieren van de stier. drie reacties | ¶
» Klim meisje, klim!
Ellingmann heeft een nostalgische bui en bladert door zijn oude brieven. Gelukkig maakte hij altijd kopieën! Hij stuit op de volgende zin:
'Wat een natuurlijk meisje, dat meisje van wie je voor zeker aanneemt dat ze, toen ze acht was, in bomen klom en het liefst met jongens speelde, dat meisje dat nu langzaam maar zeker verzwolgen wordt door de jaren, en wat een troost dat ze zichtbaar acht blijft terwijl ze jenever schenkt en vriendelijk glimlacht tegen een kwaadwillende man die door haar heen wil kijken, die naar haar lichaam kijkt zonder dat zij het ziet als ze bukt om de fles terug te zetten.'
Een barkeepster in café Odeon, 1994, Ellingmann herinnert het zich. Later hoorde hij dat de barkeepster op dat moment al drie maanden zwanger was van een Enorme Neger. Toen al vroeg Ellingmann zich af waar de grenzen van de onschuld liggen — wie wie nu eigenlijk bedriegt.
Af en toe ziet Ellingmann de voormalige barkeepster nog lopen. Ze stapt in tram 3, ze slentert over de Albert Cuypmarkt, en altijd met een schattig meisje van een jaar of acht aan de hand. Met zwarte krullen.
Klim meisje, klim! drie reacties | ¶
'Wat een natuurlijk meisje, dat meisje van wie je voor zeker aanneemt dat ze, toen ze acht was, in bomen klom en het liefst met jongens speelde, dat meisje dat nu langzaam maar zeker verzwolgen wordt door de jaren, en wat een troost dat ze zichtbaar acht blijft terwijl ze jenever schenkt en vriendelijk glimlacht tegen een kwaadwillende man die door haar heen wil kijken, die naar haar lichaam kijkt zonder dat zij het ziet als ze bukt om de fles terug te zetten.'
Een barkeepster in café Odeon, 1994, Ellingmann herinnert het zich. Later hoorde hij dat de barkeepster op dat moment al drie maanden zwanger was van een Enorme Neger. Toen al vroeg Ellingmann zich af waar de grenzen van de onschuld liggen — wie wie nu eigenlijk bedriegt.
Af en toe ziet Ellingmann de voormalige barkeepster nog lopen. Ze stapt in tram 3, ze slentert over de Albert Cuypmarkt, en altijd met een schattig meisje van een jaar of acht aan de hand. Met zwarte krullen.
Klim meisje, klim! drie reacties | ¶
» Het volmaakte
Of misschien is het zo dat de onvolkomenheid van de menselijke soort zijn weerslag moet vinden in een roman van eenzelfde soort onvolkomenheid — alsof we zouden weten hoe het volmaakte leven eruitziet, of de volmaakte roman.
een reactie | ¶
» Israël
Ellingmann wordt wakker. Nietsvermoedend zet hij zijn espressomachine aan, knuffelt zijn katten, en begint zijn dag.
Teletekst. De euro is vervelend fors gestegen, de aandelen zijn gedaald. ('Tricher' betekent in het Frans: 'de boel belazeren'.)
Ellingmann kijkt naar buiten. Het is grijs, het is kansloos. De post dan maar.
Hij daalt de trap af en treft de kranten van de vorige dag aan. Ligt er nog iets onder? Er ligt nog iets onder. Een brief van zijn moeder. Krantenknipsels, en een lieve boodschap, dat weet hij zonder de brief te openen.
En er ligt nog iets. Een a5-envelop, met de naam van zijn vrouw erop.
Een rare envelop.
Hij loopt terug naar boven en gaat op de bank zitten. Ze krijgt nooit zo'n brief. Op de achterzijde staat: 1118AW, 279, Schiphol.
Ellingmann ruikt aan de brief. Het handschrift is van een vrouw. Er is geen reden om deze brief te vertrouwen. Vrouwen blazen zich toch ook op in Israëlische coffeeshops? Heeft iemand lucht gekregen van Ellingmanns — ook voor zichzelf — af en toe onbegrijpelijke liefde voor de Israëlische zaak? Want die koestert hij. En hij schaamt zich er niet voor.
Ellingmann besluit de envelop te openen. Dat mag niet, want de post is gericht aan zijn vrouw, maar hij beschouwt dit als een noodgeval. (Ellingmann kent zijn eigen verleden als geen ander.)
Hij scheurt de envelop open en legt de inhoud op tafel.
('Daarna opende Job zijn mond en vervloekte zijn geboortedag.
En Job hief aan en zeide:
"De dag verga, waarop ik geboren werd;
de nacht die zeide: Een jonkske is ontvangen."')
Voor hem ligt een mes. Zo'n Zwitsers mes, met een rood heft. De afzender weet dat mijn vrouw in Madrid is, dat ik alleen ben, denkt Ellingmann. Hij wordt bang.
Hij belt zijn vrouw in Madrid en er blijkt niets aan de hand. Zij heeft het mes opgestuurd omdat ze er niet mee door de douane mag.
Toch is Ellingmann ongerust. negen reacties | ¶
Teletekst. De euro is vervelend fors gestegen, de aandelen zijn gedaald. ('Tricher' betekent in het Frans: 'de boel belazeren'.)
Ellingmann kijkt naar buiten. Het is grijs, het is kansloos. De post dan maar.
Hij daalt de trap af en treft de kranten van de vorige dag aan. Ligt er nog iets onder? Er ligt nog iets onder. Een brief van zijn moeder. Krantenknipsels, en een lieve boodschap, dat weet hij zonder de brief te openen.
En er ligt nog iets. Een a5-envelop, met de naam van zijn vrouw erop.
Een rare envelop.
Hij loopt terug naar boven en gaat op de bank zitten. Ze krijgt nooit zo'n brief. Op de achterzijde staat: 1118AW, 279, Schiphol.
Ellingmann ruikt aan de brief. Het handschrift is van een vrouw. Er is geen reden om deze brief te vertrouwen. Vrouwen blazen zich toch ook op in Israëlische coffeeshops? Heeft iemand lucht gekregen van Ellingmanns — ook voor zichzelf — af en toe onbegrijpelijke liefde voor de Israëlische zaak? Want die koestert hij. En hij schaamt zich er niet voor.
Ellingmann besluit de envelop te openen. Dat mag niet, want de post is gericht aan zijn vrouw, maar hij beschouwt dit als een noodgeval. (Ellingmann kent zijn eigen verleden als geen ander.)
Hij scheurt de envelop open en legt de inhoud op tafel.
('Daarna opende Job zijn mond en vervloekte zijn geboortedag.
En Job hief aan en zeide:
"De dag verga, waarop ik geboren werd;
de nacht die zeide: Een jonkske is ontvangen."')
Voor hem ligt een mes. Zo'n Zwitsers mes, met een rood heft. De afzender weet dat mijn vrouw in Madrid is, dat ik alleen ben, denkt Ellingmann. Hij wordt bang.
Hij belt zijn vrouw in Madrid en er blijkt niets aan de hand. Zij heeft het mes opgestuurd omdat ze er niet mee door de douane mag.
Toch is Ellingmann ongerust. negen reacties | ¶
» Ça ne vous regarde pas (2)
Door een technische storing konden de trouwe lezeresjes en lezertjes die zich bedienen van Internet Explorer, Ellingmann.com niet zonder schade bereiken. Dat probleem is thans opgelost door Bob (mijnkopthee.nl). Hulde, en dank.
Ellingmann zet u aan het werk, beloofde hij eergisteren. Daar gaan we.
Dat u veel beter kunt vertalen dan die prutser van NOS-teletekst (zie het stukje van eergisteren), spreekt vanzelf. Dat mag u nu bewijzen.
Begin dit jaar publiceerde Ellingmanns trouwste bondgenoot de vertaling van een door Philip Callow geschreven biografie van Vincent van Gogh (Philip Callow: Vincent van Gogh; een leven, uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 2003). Een van de drie motto's van Callows boek is een deel van het beroemde gedicht 'Alone' van Edgar Allan Poe. De tekst luidt:
Alone
From childhood's hour I have not been
As others were — I have not seen
As others saw — I could not bring
My passions from a common spring.
From the same source I have not taken
My sorrow; I could not awaken
My heart to joy at the same tone;
And all I loved, I lov'd alone.
Then — in my childhood — in the dawn
Of a most stormy life — was drawn
From ev'ry depth of good and ill
The mystery which binds me still:
From the torrent, or the fountain,
From the red cliff of the mountain,
From the sun that round me roll'd
In its autumn tint of gold —
From the lightning in the sky
As it passed me flying by —
From the thunder and the storm,
And the cloud that took the form
(When the rest of Heaven was blue)
Of a demon in my view.
Ellingmanns trouwste bondgenoot vertaalde de eerste acht regels als volgt:
Als jongetje al was ik niet
Als anderen; wat een ander ziet
Dat zag ik niet; een bloesemknop
Wekte bij mij geen hartstocht op.
Ook putte ik mijn diep verdriet
Uit an'dre bron; mijn vrolijk lied
Klonk voor geeneen
Ik hield ervan, en ik alleen.
Aan u de opdracht de laatste veertien regels te vertalen. U krijgt daar een week de tijd voor. En mocht u oordelen dat de eerste acht regels niet adequaat zijn vertaald, dan doet u dat zelf opnieuw.
U mailt mij uw inzending (ellingmann@ellingmann.com). Die zal door Ellingmann worden beoordeeld. De beste vertaalster/vertaler krijgt een exemplaar van Callow's Van Gogh-biografie (winkelwaarde 25 euro).
Aan het werk! tien reacties | ¶
Ellingmann zet u aan het werk, beloofde hij eergisteren. Daar gaan we.
Dat u veel beter kunt vertalen dan die prutser van NOS-teletekst (zie het stukje van eergisteren), spreekt vanzelf. Dat mag u nu bewijzen.
Begin dit jaar publiceerde Ellingmanns trouwste bondgenoot de vertaling van een door Philip Callow geschreven biografie van Vincent van Gogh (Philip Callow: Vincent van Gogh; een leven, uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 2003). Een van de drie motto's van Callows boek is een deel van het beroemde gedicht 'Alone' van Edgar Allan Poe. De tekst luidt:
Alone
From childhood's hour I have not been
As others were — I have not seen
As others saw — I could not bring
My passions from a common spring.
From the same source I have not taken
My sorrow; I could not awaken
My heart to joy at the same tone;
And all I loved, I lov'd alone.
Then — in my childhood — in the dawn
Of a most stormy life — was drawn
From ev'ry depth of good and ill
The mystery which binds me still:
From the torrent, or the fountain,
From the red cliff of the mountain,
From the sun that round me roll'd
In its autumn tint of gold —
From the lightning in the sky
As it passed me flying by —
From the thunder and the storm,
And the cloud that took the form
(When the rest of Heaven was blue)
Of a demon in my view.
Ellingmanns trouwste bondgenoot vertaalde de eerste acht regels als volgt:
Als jongetje al was ik niet
Als anderen; wat een ander ziet
Dat zag ik niet; een bloesemknop
Wekte bij mij geen hartstocht op.
Ook putte ik mijn diep verdriet
Uit an'dre bron; mijn vrolijk lied
Klonk voor geeneen
Ik hield ervan, en ik alleen.
Aan u de opdracht de laatste veertien regels te vertalen. U krijgt daar een week de tijd voor. En mocht u oordelen dat de eerste acht regels niet adequaat zijn vertaald, dan doet u dat zelf opnieuw.
U mailt mij uw inzending (ellingmann@ellingmann.com). Die zal door Ellingmann worden beoordeeld. De beste vertaalster/vertaler krijgt een exemplaar van Callow's Van Gogh-biografie (winkelwaarde 25 euro).
Aan het werk! tien reacties | ¶
» Ingelaste mededeling
Graag ruil ik de afgelopen twintig jaar televisie — helaas niet ongezien — in voor anderhalf uur Van Kooten en De Bie.
zeven reacties | ¶
» Ça ne vous regarde pas (1)
Uit een brief aan Marius van de Stolpe d.d. 13 september 1994
Dinsdag 13 sept., middag — Mitterrand loopt op zijn eind. De afgelopen dagen was hij door zijn volk — en dan vooral het in dag- en weekbladen schrijvende gedeelte daarvan — lastiggevallen met aanmatigende veronderstellingen over zijn oorlogsverleden en zijn tanende gezondheid. Gisteren moest hij in een interview zijn vriendschap met een zekere René Bousquet verantwoorden — René had zich tijdens de oorlog niet netjes gedragen, hij was als politiechef van het Vichy-regime verantwoordelijk geweest voor de deportatie van duizenden Franse joden — en bovendien moest François zijn volk informeren over zijn prostaatkanker. De journalisten hebben de indruk dat hij zijn werk niet meer goed kan doen.
Zijn stem is anders nu, zijn gelaatskleur is grauw en doorzichtig, ondanks de schmink. De journalist met wie hij gisteren sprak, vroeg hem: 'Hebt u elke dag pijn? Hebt u elk moment van de dag pijn.' Waarop Mitterrand antwoordde: 'Ça ne vous regarde pas.' Dit werd door NOS-teletekst vertaald met de woorden: 'Dat ziet u niet aan mij.' (Vraag aan de vertaler van NOS-teletekst: 'Hebt u vroeger Frans op school gehad?' 'Ja, maar dat ziet u niet aan mijn vertalingen.')
Terug naar de grijze J.C.-Bloemzondagmiddag van 16 november 2003. Noot van Ellingmann: morgen verschijnt deel 2 van 'Ça ne vous regarde pas', waarin ik u aan het werk zal zetten. reageer | ¶
Dinsdag 13 sept., middag — Mitterrand loopt op zijn eind. De afgelopen dagen was hij door zijn volk — en dan vooral het in dag- en weekbladen schrijvende gedeelte daarvan — lastiggevallen met aanmatigende veronderstellingen over zijn oorlogsverleden en zijn tanende gezondheid. Gisteren moest hij in een interview zijn vriendschap met een zekere René Bousquet verantwoorden — René had zich tijdens de oorlog niet netjes gedragen, hij was als politiechef van het Vichy-regime verantwoordelijk geweest voor de deportatie van duizenden Franse joden — en bovendien moest François zijn volk informeren over zijn prostaatkanker. De journalisten hebben de indruk dat hij zijn werk niet meer goed kan doen.
Zijn stem is anders nu, zijn gelaatskleur is grauw en doorzichtig, ondanks de schmink. De journalist met wie hij gisteren sprak, vroeg hem: 'Hebt u elke dag pijn? Hebt u elk moment van de dag pijn.' Waarop Mitterrand antwoordde: 'Ça ne vous regarde pas.' Dit werd door NOS-teletekst vertaald met de woorden: 'Dat ziet u niet aan mij.' (Vraag aan de vertaler van NOS-teletekst: 'Hebt u vroeger Frans op school gehad?' 'Ja, maar dat ziet u niet aan mijn vertalingen.')
Terug naar de grijze J.C.-Bloemzondagmiddag van 16 november 2003. Noot van Ellingmann: morgen verschijnt deel 2 van 'Ça ne vous regarde pas', waarin ik u aan het werk zal zetten. reageer | ¶
» Sinterklaas
Tijdens de volksliederen voorafgaand aan de wedstrijd Letland-Turkije telde ik onder de Turken slechts twee spelers met een snor. Wat dat betreft was er toch winst voor de Nederlanders, die het veld zonder uitzondering met een mijter op het hoofd, een tabberd om de schouders en klompen aan de voeten betraden.
twee reacties | ¶
» Een schim met snippers in zijn jas
U zit in de woonkamer. Het is knus, het is warm. De gordijnen zijn dicht, buiten giert de wind.
U hebt een glaasje voor uzelf ingeschonken en er staat een geruststellend deuntje op.
U leest een boek.
Ineens spitst uw hond de oren. Hij begint te grommen. Nu hoort u het zelf ook. Geluiden die niet veroorzaakt worden door de gierende wind buiten. Achter in het huis doet iemand een deur open. De hond begint woest te blaffen. En de volgende seconde vliegt de deur van de woonkamer open.
Een man neemt met verwilderde blik de kamer op. Dan stormt hij op u af. Zijn donkerblauwe jas wappert om hem heen. De hond wil hem te lijf gaan, maar krijgt geen vat op hem. Het volgende moment staat de man voor u en grist uw boek uit uw handen. In hoog tempo bladert hij het door. Wanneer hij gevonden heeft wat hij zocht, scheurt hij er resoluut enige bladzijden uit.
'Dat was niks,' mompelt hij met een grafstem en duwt het boek terug in uw handen.
Hij verscheurt de bladzijden en stopt de snippers in zijn jas.
Voor u goed in de gaten hebt wat u is overkomen, is de man alweer verdwenen.
De muziek weerklinkt nog. Naast u staat nog steeds uw glaasje. En buiten giert de wind.
Ziehier wat u zojuist is overkomen.
(Wie de snippers toch nog wil inzien, mailt mij.) zeven reacties | ¶
U hebt een glaasje voor uzelf ingeschonken en er staat een geruststellend deuntje op.
U leest een boek.
Ineens spitst uw hond de oren. Hij begint te grommen. Nu hoort u het zelf ook. Geluiden die niet veroorzaakt worden door de gierende wind buiten. Achter in het huis doet iemand een deur open. De hond begint woest te blaffen. En de volgende seconde vliegt de deur van de woonkamer open.
Een man neemt met verwilderde blik de kamer op. Dan stormt hij op u af. Zijn donkerblauwe jas wappert om hem heen. De hond wil hem te lijf gaan, maar krijgt geen vat op hem. Het volgende moment staat de man voor u en grist uw boek uit uw handen. In hoog tempo bladert hij het door. Wanneer hij gevonden heeft wat hij zocht, scheurt hij er resoluut enige bladzijden uit.
'Dat was niks,' mompelt hij met een grafstem en duwt het boek terug in uw handen.
Hij verscheurt de bladzijden en stopt de snippers in zijn jas.
Voor u goed in de gaten hebt wat u is overkomen, is de man alweer verdwenen.
De muziek weerklinkt nog. Naast u staat nog steeds uw glaasje. En buiten giert de wind.
Ziehier wat u zojuist is overkomen.
(Wie de snippers toch nog wil inzien, mailt mij.) zeven reacties | ¶
» In de Bülowstraße
Pa woont, in het geheim, in de Bülowstraße in Berlijn. Het is halverwege de jaren vijftig, te oordelen naar de kleding die de mensen dragen en de betrekkelijke frisheid van de gebouwen.
Iedereen had hem doodgewaand — zijn voortbestaan is het grote geheim waarvan ik dit leven al had verdacht dat 't het in zich droeg. De Bülowstraße is een drukke straat. De huizen staan er dicht opeen en er lopen veel mensen. Kinderen rennen door elkaar en dragen frisse kleren. Toch krijg ik de indruk dat men simuleert, dat men mij de zaken vrolijker wil voorstellen dan ze werkelijk zijn, wellicht om de schande dat mijn vader in zo'n straat woont, uit te wissen. Of is dit een wijk in opbouw?
Maar hij schaamt zich.
Dat ik hem gevonden heb, is zuiver toeval. Via anderen vernam ik dat hij in Berlijn woonde. Na mijn geslaagde zoektocht moet hij mij zijn woning wel laten zien. Als een schim loopt hij voor mij uit de trap op. Van schaamte heeft hij zich bijna onzichtbaar gemaakt, maar het is hem, wel degelijk.
Op de tweede of derde verdieping aangekomen, opent hij een deur. We betreden een minuscuul halletje, waar drie of vier deuren op uitkomen. Hij opent de deur van het vertrek waar hij zich, zo veronderstel ik, het minst voor schaamt, maar zelfs daar kunnen nauwelijks twee personen tegelijk in verblijven. Hij laat me voor en ik betreed de kamer, die hoogstens twee bij drie meet. Aan de achterkant, bij het raam, staat een bureau. Tegen de rechtermuur staat het bed, keurig opgemaakt. Een dun, zachtrood dekentje, een beige kussensloop. Links staat een kast waar wat glazen in staan. Onderin liggen stapeltjes kleren. Dat is alles. Wel herken ik mijn eigen bureaustoel. Dat hij er ook een heeft, zo ver weg nog wel.
't Is welbeschouwd de kamer van Van Gogh in Arles, bedenk ik later.
Maar waarom heeft hij Berlijn gekozen? Waarom deze straat? En waarom deze tijd, de jaren vijftig? Wilde hij zich zo goed verstoppen dat hij er zeker van kon zijn dat ik hem niet zou terugvinden? En waarom was het mij gegeven dat ik hem toch vond? Want hij schaamt zich zo. twee reacties | ¶
Iedereen had hem doodgewaand — zijn voortbestaan is het grote geheim waarvan ik dit leven al had verdacht dat 't het in zich droeg. De Bülowstraße is een drukke straat. De huizen staan er dicht opeen en er lopen veel mensen. Kinderen rennen door elkaar en dragen frisse kleren. Toch krijg ik de indruk dat men simuleert, dat men mij de zaken vrolijker wil voorstellen dan ze werkelijk zijn, wellicht om de schande dat mijn vader in zo'n straat woont, uit te wissen. Of is dit een wijk in opbouw?
Maar hij schaamt zich.
Dat ik hem gevonden heb, is zuiver toeval. Via anderen vernam ik dat hij in Berlijn woonde. Na mijn geslaagde zoektocht moet hij mij zijn woning wel laten zien. Als een schim loopt hij voor mij uit de trap op. Van schaamte heeft hij zich bijna onzichtbaar gemaakt, maar het is hem, wel degelijk.
Op de tweede of derde verdieping aangekomen, opent hij een deur. We betreden een minuscuul halletje, waar drie of vier deuren op uitkomen. Hij opent de deur van het vertrek waar hij zich, zo veronderstel ik, het minst voor schaamt, maar zelfs daar kunnen nauwelijks twee personen tegelijk in verblijven. Hij laat me voor en ik betreed de kamer, die hoogstens twee bij drie meet. Aan de achterkant, bij het raam, staat een bureau. Tegen de rechtermuur staat het bed, keurig opgemaakt. Een dun, zachtrood dekentje, een beige kussensloop. Links staat een kast waar wat glazen in staan. Onderin liggen stapeltjes kleren. Dat is alles. Wel herken ik mijn eigen bureaustoel. Dat hij er ook een heeft, zo ver weg nog wel.'t Is welbeschouwd de kamer van Van Gogh in Arles, bedenk ik later.
Maar waarom heeft hij Berlijn gekozen? Waarom deze straat? En waarom deze tijd, de jaren vijftig? Wilde hij zich zo goed verstoppen dat hij er zeker van kon zijn dat ik hem niet zou terugvinden? En waarom was het mij gegeven dat ik hem toch vond? Want hij schaamt zich zo. twee reacties | ¶
» De lichtmast
Er is de laatste tijd een Chodorkowski in het nieuws, Michaïl Chodorkowski. 't Is die joodse oliemagnaat die door president Poetin is ontvoerd en gevangengezet. Tot die affaire had ik nooit van hem gehoord, moet ik bekennen. De Quote-500 bemoeit zich niet met Russen, en was dat wel het geval geweest, dan zou Jort Kelder door de Moskouse maffia aan zijn hondenharen een steeg zijn ingesleurd, in stukken gesneden en aan de zwerfkatten gevoerd; Georgina Verbaan zou als hoer zijn geëindigd in een bordeel in Magnitogorsk, het gezichtje nog pipser dan het nu al is. De voluptuosité van de gemiddelde Russische dame in aanmerking genomen, zou ze geen klant trekken.
Het Nederlandse klimaat is welbeschouwd zeer mild.
Maar over Chodorkowski wil ik het niet hebben.Mijn Chodorkowski heet Chodorowski. Een k-tje eraf. Myro Chodorowski. Een rijzige Oekraïener met een enorme buik en diepliggende, tussen de wallen nog juist zichtbare oogjes die een immerdurend verlangen naar elders uitstraalden.
Later werd duidelijk waarom. Er was het een en ander gebeurd, vroeger. Toen de Duitsers in 1941 de Sovjet-Unie aanvielen, steeg er in straten van Kiev en Odessa een luid gejuich op. De Oekraïeners waanden zich verlost van hun Russische bezetters. Maar de nazi's werden in de pan gehakt en de Oekraïeners die al te enthousiast hadden gejuicht, kozen het hazenpad. Ze trokken met de verslagen SS-ers ('Doe mij even een nekschot') mee naar het westen en vestigden zich onder meer in België.
Zo ook Myro Chodorowski. Na talrijke omzwervingen kocht hij in de Belgische Ardennen (Ster-Francorchamps) een flink stuk land, waarop een vervallen boerderij stond. Samen met zijn meegevluchte lotgenoten knapte hij die op en doopte zijn enclave 'Frankopole', naar de nationalistische Oekraïense dichter Ivan Franko. Hij trouwde met een Vlaamse; zijn medevluchters bouwden op het heuvelachtige terrein vakantiehuisjes, waarin ze zich permanent vestigden.
Ik bezocht Frankopole voor het eerst in 1980, tijdens een kampeerreisje met school. Dat bezoek smaakte naar meer, en dat kwam niet alleen door het bier (Cristal Alken) dat er in de herberg werd geschonken. 't Was vooral Chodorowski zelf, die nooit een woord te veel zei en in wiens knuist een glas bier niet groter leek dan een vingerhoed. Hij leegde het in twee teugen.
Later trok ik geregeld op eigen gelegenheid naar Frankopole en er ontwikkelde zich een zekere vriendschap tussen ons. Toen ik er een keer of tien was geweest, achtte Chodorowski de tijd rijp me in vertrouwen te nemen. 'Ich geh' nach Luxemburg,' bromde hij. 'Gaat u mee?' (Hij sprak Vlaams, Duits, Oekraïens en Frans door elkaar.) Ik vroeg hem waarom ik mee moest, maar die vraag negeerde hij. Of de vriend met wie ik kampeerde, ook meeging. Goed. In zijn roestige, donkerblauwe Opel Commodore reden we naar de Belgisch-Luxemburgse grens, waar de wagen werd volgeladen met de duurste spiritualiën. Op de terugweg verklaarde hij dat je per persoon een bepaald aantal liters mag importeren, en 'mit drei hab' ich meer dan alleen'. In Malmédy dronken we een glas op de goede afloop, waarbij hij met tevreden blik bromde dat hij vijfmaal zoveel had meegenomen als was toegestaan.
Zijn dankbaarheid drukte hij uit in bier. 's Avonds nodigde hij ons uit in de auberge, waar een twintigtal Oekraïeners zich aan lange tafels had verzameld en onder begeleiding van deuntjes uit de jukebox weemoedige liederen zong. Myro stond achter de tap en schonk ons ongevraagd de ene pils na de andere.
Een grijsaard met twee zwarte tanden, die veel weghad van Louis-Ferdinand Céline, kon zich tussen twee liederen door niet meer inhouden en hief aan: 'Abknallen! Abführen! Hop! Hop! Vorwärts! Auschwitz!' Zijn hond, Boiko, begon er vrolijk bij te blaffen. Die was het blijkbaar gewend. Myro's Vlaamse vrouw zag mijn verbaasde gezicht. 'De Oekraïeners waren niet dol op de joden, hè.'
De volgende dag ? het was stralend weer, herinner ik me ? waggelde ik met een majeure kater van het kampeerterrein, dat zich uitstrekte onder de herberg, naar boven, waar zich op de binnenplaats de douchecabines bevonden. Van verre al hoorde ik een hemels engelengezang, en even later ontwaarde ik zo'n vijftig kinderen die, gehuld in blauw-witte uniformpjes, volksdansen uitvoerden onder een geel-blauwe Oekraïense vlag die wapperde in de zomerbries. Myro kwam op mij af. 'Die kinder komen van heel Europa. En volgend jaar bouwen we een kirch,' zei hij kortaf. 'Van hout. Wij zijn katholiek.' Samen stonden we naar de dansende kinderen te kijken. 'In Oekraïne geht das nicht,' legde hij uit. We gingen de herberg in voor een Cristal Alken.
Later, toen de kernramp in Tsjernobyl zich had voltrokken, waren de bewoners van Frankopole diep verontwaardigd. De Russen hadden de bevolking van het Oekraïense stadje aan haar lot overgelaten, oordeelden ze. Niet lang daarna werd Oekraïne onafhankelijk. Gelukkiger zijn ze er niet van geworden, vrees ik.
Deze zomer besloot ik terug te gaan. Na een afwezigheid van een jaar of vijf was ik benieuwd hoe de vlag erbij hing. Mijn vrouw en ik waren drie jaar getrouwd en dit leek me als eerste halteplaats een geschikte bestemming. 'Je kunt er heerlijk wandelen,' legde ik uit. 'Er zijn bronnen in de buurt, en de mensen zijn heel vriendelijk.'
In verband met de files vertrekken we om een uur of zeven en tegen tienen zijn we in Francorchamps. 'Hier rechts,' zeg ik. Heuvel op, heuvel af, in totaal zes keer, een kilometer of vijf. 'Dit heb ik wel twintig keer gelopen, met volle bepakking,' zeg ik niet zonder trots.
De herberg doemt voor ons op. Er is niets veranderd, maar alles is donker. Het enige dat licht geeft, is een uithangbord waarop 'Kronenbourg' vermeld staat. Jammer.
Vanwege de invallende duisternis besluiten we meteen de tent op te zetten. Het grasveld blijkt bedauwd, de schemerhemel is helder. Langs het pad dat naar beneden leidt, heeft Myro op een meter of twintig van elkaar drie lichtmasten geplaatst. Die zijn nieuw, stel ik vast. Maar het licht van de middelste mast brandt niet.
'Er is iets,' zeg ik.
Als de tent is opgezet, lopen we, bezweet van onze inspanningen, naar boven. De poort die toegang biedt tot de binnenplaats en de ingang van de herberg, is dicht.
Ik klop aan. Na enige tijd hoor ik gestommel en voetgeschuifel. De poort gaat open en voor mij staat Myro's Vlaamse vrouw.
'Wa'is er?'
'We willen kamperen vannacht,' zeg ik.
Daarop haalt ze haar bril uit haar schort, zet hem op en kijkt mij met toegeknepen ogen aan.
'Ah, gij zijt het. Myro is overleden. Mijn man is overleden.'
'God.'
''t Was vorige week, hè. Morgen wordt hij begraven.'
'Gecondoleerd,' zeg ik.
'Hij is uit de lichtmast gevallen. Hij was daar een lamp aan het vervangen. Da was alles.'
Ze zwijgt even en zegt dan: 'Ik ga nu slapen.' Ze trekt de poort dicht.
De volgende dag vertrekken we naar onze volgende bestemming. Het kampeergeld rollen we in een stuk papier, dat we met een punaise op de poort prikken.
Zo 's nachts vraag ik me nog wel eens af met welk een doffe klap zijn zware Oekraïense lichaam de Ardense bosgrond moet hebben doen trillen. reageer | ¶
Het Nederlandse klimaat is welbeschouwd zeer mild.
Maar over Chodorkowski wil ik het niet hebben.Mijn Chodorkowski heet Chodorowski. Een k-tje eraf. Myro Chodorowski. Een rijzige Oekraïener met een enorme buik en diepliggende, tussen de wallen nog juist zichtbare oogjes die een immerdurend verlangen naar elders uitstraalden.
Later werd duidelijk waarom. Er was het een en ander gebeurd, vroeger. Toen de Duitsers in 1941 de Sovjet-Unie aanvielen, steeg er in straten van Kiev en Odessa een luid gejuich op. De Oekraïeners waanden zich verlost van hun Russische bezetters. Maar de nazi's werden in de pan gehakt en de Oekraïeners die al te enthousiast hadden gejuicht, kozen het hazenpad. Ze trokken met de verslagen SS-ers ('Doe mij even een nekschot') mee naar het westen en vestigden zich onder meer in België.
Zo ook Myro Chodorowski. Na talrijke omzwervingen kocht hij in de Belgische Ardennen (Ster-Francorchamps) een flink stuk land, waarop een vervallen boerderij stond. Samen met zijn meegevluchte lotgenoten knapte hij die op en doopte zijn enclave 'Frankopole', naar de nationalistische Oekraïense dichter Ivan Franko. Hij trouwde met een Vlaamse; zijn medevluchters bouwden op het heuvelachtige terrein vakantiehuisjes, waarin ze zich permanent vestigden.
Ik bezocht Frankopole voor het eerst in 1980, tijdens een kampeerreisje met school. Dat bezoek smaakte naar meer, en dat kwam niet alleen door het bier (Cristal Alken) dat er in de herberg werd geschonken. 't Was vooral Chodorowski zelf, die nooit een woord te veel zei en in wiens knuist een glas bier niet groter leek dan een vingerhoed. Hij leegde het in twee teugen.
Later trok ik geregeld op eigen gelegenheid naar Frankopole en er ontwikkelde zich een zekere vriendschap tussen ons. Toen ik er een keer of tien was geweest, achtte Chodorowski de tijd rijp me in vertrouwen te nemen. 'Ich geh' nach Luxemburg,' bromde hij. 'Gaat u mee?' (Hij sprak Vlaams, Duits, Oekraïens en Frans door elkaar.) Ik vroeg hem waarom ik mee moest, maar die vraag negeerde hij. Of de vriend met wie ik kampeerde, ook meeging. Goed. In zijn roestige, donkerblauwe Opel Commodore reden we naar de Belgisch-Luxemburgse grens, waar de wagen werd volgeladen met de duurste spiritualiën. Op de terugweg verklaarde hij dat je per persoon een bepaald aantal liters mag importeren, en 'mit drei hab' ich meer dan alleen'. In Malmédy dronken we een glas op de goede afloop, waarbij hij met tevreden blik bromde dat hij vijfmaal zoveel had meegenomen als was toegestaan.
Zijn dankbaarheid drukte hij uit in bier. 's Avonds nodigde hij ons uit in de auberge, waar een twintigtal Oekraïeners zich aan lange tafels had verzameld en onder begeleiding van deuntjes uit de jukebox weemoedige liederen zong. Myro stond achter de tap en schonk ons ongevraagd de ene pils na de andere.
Een grijsaard met twee zwarte tanden, die veel weghad van Louis-Ferdinand Céline, kon zich tussen twee liederen door niet meer inhouden en hief aan: 'Abknallen! Abführen! Hop! Hop! Vorwärts! Auschwitz!' Zijn hond, Boiko, begon er vrolijk bij te blaffen. Die was het blijkbaar gewend. Myro's Vlaamse vrouw zag mijn verbaasde gezicht. 'De Oekraïeners waren niet dol op de joden, hè.'De volgende dag ? het was stralend weer, herinner ik me ? waggelde ik met een majeure kater van het kampeerterrein, dat zich uitstrekte onder de herberg, naar boven, waar zich op de binnenplaats de douchecabines bevonden. Van verre al hoorde ik een hemels engelengezang, en even later ontwaarde ik zo'n vijftig kinderen die, gehuld in blauw-witte uniformpjes, volksdansen uitvoerden onder een geel-blauwe Oekraïense vlag die wapperde in de zomerbries. Myro kwam op mij af. 'Die kinder komen van heel Europa. En volgend jaar bouwen we een kirch,' zei hij kortaf. 'Van hout. Wij zijn katholiek.' Samen stonden we naar de dansende kinderen te kijken. 'In Oekraïne geht das nicht,' legde hij uit. We gingen de herberg in voor een Cristal Alken.
Later, toen de kernramp in Tsjernobyl zich had voltrokken, waren de bewoners van Frankopole diep verontwaardigd. De Russen hadden de bevolking van het Oekraïense stadje aan haar lot overgelaten, oordeelden ze. Niet lang daarna werd Oekraïne onafhankelijk. Gelukkiger zijn ze er niet van geworden, vrees ik.
Deze zomer besloot ik terug te gaan. Na een afwezigheid van een jaar of vijf was ik benieuwd hoe de vlag erbij hing. Mijn vrouw en ik waren drie jaar getrouwd en dit leek me als eerste halteplaats een geschikte bestemming. 'Je kunt er heerlijk wandelen,' legde ik uit. 'Er zijn bronnen in de buurt, en de mensen zijn heel vriendelijk.'
In verband met de files vertrekken we om een uur of zeven en tegen tienen zijn we in Francorchamps. 'Hier rechts,' zeg ik. Heuvel op, heuvel af, in totaal zes keer, een kilometer of vijf. 'Dit heb ik wel twintig keer gelopen, met volle bepakking,' zeg ik niet zonder trots.
De herberg doemt voor ons op. Er is niets veranderd, maar alles is donker. Het enige dat licht geeft, is een uithangbord waarop 'Kronenbourg' vermeld staat. Jammer.
Vanwege de invallende duisternis besluiten we meteen de tent op te zetten. Het grasveld blijkt bedauwd, de schemerhemel is helder. Langs het pad dat naar beneden leidt, heeft Myro op een meter of twintig van elkaar drie lichtmasten geplaatst. Die zijn nieuw, stel ik vast. Maar het licht van de middelste mast brandt niet.
'Er is iets,' zeg ik.
Als de tent is opgezet, lopen we, bezweet van onze inspanningen, naar boven. De poort die toegang biedt tot de binnenplaats en de ingang van de herberg, is dicht.
Ik klop aan. Na enige tijd hoor ik gestommel en voetgeschuifel. De poort gaat open en voor mij staat Myro's Vlaamse vrouw.
'Wa'is er?'
'We willen kamperen vannacht,' zeg ik.
Daarop haalt ze haar bril uit haar schort, zet hem op en kijkt mij met toegeknepen ogen aan.
'Ah, gij zijt het. Myro is overleden. Mijn man is overleden.'
'God.'
''t Was vorige week, hè. Morgen wordt hij begraven.'
'Gecondoleerd,' zeg ik.
'Hij is uit de lichtmast gevallen. Hij was daar een lamp aan het vervangen. Da was alles.'
Ze zwijgt even en zegt dan: 'Ik ga nu slapen.' Ze trekt de poort dicht.
De volgende dag vertrekken we naar onze volgende bestemming. Het kampeergeld rollen we in een stuk papier, dat we met een punaise op de poort prikken.
Zo 's nachts vraag ik me nog wel eens af met welk een doffe klap zijn zware Oekraïense lichaam de Ardense bosgrond moet hebben doen trillen. reageer | ¶
» Ellingmann stelt zich voor
U kent mij niet, maar ik u ook niet, en dat biedt mogelijkheden. Ik hoef immers geen rekening te houden met uw gevoeligheden; u leest vrijwillig de mijne.
Niet lang nadat Willem Frederik Hermans in november 1973 naar Parijs was verhuisd, begon hij, onder het pseudoniem Age Bijkaart, met het wekelijks publiceren van stukjes in Het Parool. Later werden die stukjes gebundeld in Boze brieven van Bijkaart (De Bezige Bij, 1977). Hermans schreef er een inleiding bij, waarin onder meer het volgende te lezen staat: 'Menigmaal betrekt Bijkaart de lezer in zijn verhaal. Zo nu en dan kan hij het niet laten ook eens iets te schrijven dat praktisch nut heeft voor de lezer. Soms richt hij zich rechtstreeks tot hem en smeert hem stroop om de mond.'
Om Hermans een weblogger avant la lettre te noemen, voert te ver. Toch moest ik aan hem — aan Bijkaarts Boze Brieven — denken na mijn besluit met ellingmann.com te beginnen. Als het om schrijven gaat, moet ik nu eenmaal dikwijls aan hem denken. Wat moeten wij zonder helden?
Over helden zal het gaan hier. Ik neem geen blad voor de mond en namen schrijf ik voluit. Een overpeinzing over vroeger, een onredelijke redenering, een lofzang op Céline, een schaamteloze ontboezeming. En af en toe een foto, misschien.
Enfin, u ziet het wel. Net als ik. vijftien reacties | ¶
Niet lang nadat Willem Frederik Hermans in november 1973 naar Parijs was verhuisd, begon hij, onder het pseudoniem Age Bijkaart, met het wekelijks publiceren van stukjes in Het Parool. Later werden die stukjes gebundeld in Boze brieven van Bijkaart (De Bezige Bij, 1977). Hermans schreef er een inleiding bij, waarin onder meer het volgende te lezen staat: 'Menigmaal betrekt Bijkaart de lezer in zijn verhaal. Zo nu en dan kan hij het niet laten ook eens iets te schrijven dat praktisch nut heeft voor de lezer. Soms richt hij zich rechtstreeks tot hem en smeert hem stroop om de mond.'
Om Hermans een weblogger avant la lettre te noemen, voert te ver. Toch moest ik aan hem — aan Bijkaarts Boze Brieven — denken na mijn besluit met ellingmann.com te beginnen. Als het om schrijven gaat, moet ik nu eenmaal dikwijls aan hem denken. Wat moeten wij zonder helden?
Over helden zal het gaan hier. Ik neem geen blad voor de mond en namen schrijf ik voluit. Een overpeinzing over vroeger, een onredelijke redenering, een lofzang op Céline, een schaamteloze ontboezeming. En af en toe een foto, misschien.
Enfin, u ziet het wel. Net als ik. vijftien reacties | ¶
» Haar halve liter volle yoghurt
Iemand kan troost putten uit de wetenschap dat de kleren van zijn onaanraakbaar lief in hetzelfde water gewassen worden als de zijne. Hij loopt over hetzelfde asfalt, dezelfde klinkers en trottoirtegels. Hij laat zich in winkels door dezelfde juffrouw bedienen. Hij ademt de lucht in die zij ooit uitademde. Misschien is de krant die hij nu leest, gemaakt van het karton dat ooit haar halve liter volle yoghurt omhulde.
Hij klampt zich vast aan de zon die haar huid bruin kleurt en aan de maan die haar melancholiek zal stemmen.
Naarmate hij meer bedacht heeft, valt het hem minder zwaar haar te moeten missen. Hij heeft een nieuwe wereld gemaakt van asfalt en karton, van water en lucht. 21 reacties | ¶
Hij klampt zich vast aan de zon die haar huid bruin kleurt en aan de maan die haar melancholiek zal stemmen.
Naarmate hij meer bedacht heeft, valt het hem minder zwaar haar te moeten missen. Hij heeft een nieuwe wereld gemaakt van asfalt en karton, van water en lucht. 21 reacties | ¶
