title
» De slaapkamer van Arnon Grunberg Samen met Marten, die graag schrijver wil worden, loop ik door de Van Eeghenstraat. Marten woont daar. Hij wijst mij het huis van Arnon Grunberg aan, die naast hem woont. De schrijver — het is zes uur zondagochtend — blijkt nog wakker te zijn. Er komt licht door de gordijnen heen. Zou hij naar de hockeyfinale Nederland-Pakistan zitten te kijken? Maar Marten houdt niet van sport, dus ik vraag het hem niet. Wel vraag ik of hij overburen heeft. Ik wijs op de monumentale panden aan de overkant.
— Daar zitten bedrijven in, zegt hij.
— Geen mooie overbuurvrouw?
Hij wijst een raam aan. — Daar slaapt wel eens iemand. 's Morgens als ik wakker word, is het raam beslagen.
We kijken naar het raam. Wat een van intelligentie getuigende gedachtegang, zo vroeg op de zondagochtend, na al dat bier, denk ik.
— En, heb je haar wel eens gezien? Maar hij antwoordt niet, hij lacht in de verte.
Het leven is leeg, denk ik op weg naar huis, maar toch kan ik mij iets vollers niet voorstellen. Het Vondelpark ligt er treurig bij, huilend en druipend van ellende, de jas van het park ligt kletsnat op de grond.
Thuis lees ik in een door mijn moeder opgestuurd artikel dat Steffi Graf wel eens last van depressies heeft. Ze houdt van zwarte kleren. Ik knip de foto die erbij geplaatst is, uit en plak die op de computer. Het miljoenenmeisje is depressief. Intussen luister ik naar de radio, Nederland-Pakistan, de hockeyfinale in Sidney: 1-1, strafballen, Floris-Jan Bovelander en een onbekende jongen missen. Pakistan is wereldkampioen geworden.   reageer |
» Oktober, ik drink je Zo,

We gaan meteen verder, niet van dat langzame, niet van dat benauwde. We zijn vrolijk, wij verheugen ons op de maanden die voor ons liggen en die ons voorspoed, vreugde, melancholie en zelfverkozen eenzaamheid zullen brengen. Onze ogen zijn dik, niet van het gebrek maar van het teveel aan slaap, wij zien gebeurtenissen aan ons geestesoog voorbijtrekken, werkelijke en gedroomde, want wij dromen overdag en 's nachts is het licht in ons hoofd en wandelen wij door ons houten huis, wij willen onze vreugde aan de wereld doorgeven, de wereld: dat zijn de Amsterdamse straten in de nacht, dat zijn de cafébezoekers en de hoerenlopers, de verschoppelingen, dat is een Brabantse, dronken politiearts die het niet kan laten druggebruikers en straathoeren een hart onder de riem te steken en hun geld te geven om de nacht door te komen, en die Breek en mij op een toespraak van heb-ik-jou-daar vergast op donderdagnacht: over de liefde, over de zuiverheid, toen wij even daarvoor getuige waren geweest van een gezamenlijke actie van de hoofdstedelijke politie en brandweer, waarbij men een Toyota uit de gracht getakeld had die leeg bleek te zijn, dat wil zeggen: er zaten geen personen meer in, hoewel dat best gekund had, sterker nog: ik zei tegen de rechercheur die naast mij stond dat hij de wallen van de gracht maar eens na moest kijken op watersporen, van iemand die uit de auto weggekomen was en het hazepad gekozen had (waarna hij snel een aantal van zijn mannen opdracht gaf de wallen te onderzoeken); dat is Li, de dj uit Odeon, die door zijn lief in de steek is gelaten en nu zijn energie besteedt aan het beeldhouwen van een vrouwenrug, van vrouwenbillen eigenlijk (Li die mij aankijkt met zijn onschuldige, bijna kinderlijke ogen, en dan een filosofisch verslag uitbrengt van de zuiverheid zoals hij die ervaart, van zijn wens alleen nog zuivere mensen om zich heen te hebben: 'Ik heb dan wel een schietpen in mijn zak' - hij laat mij de pen en de daarin gevatte kogel zien - 'maar dat betekent niet dat ik mij onveilig voel.').
Het werk krijg ik voor maandag niet meer af, maar ach, dan niet, dan wordt het woensdag, of vrijdag, het gaat om de kwaliteit, niet om de snelheid. En ik word niet nerveus, integendeel, ik ben de rust zelve, ik stel anderen gerust. Ik beheers zelfs de telefoon. Want wie mij liefheeft, en wie ik liefheb, komt hier.

Oktober, ik drink je, ik beslaap je, ik bewerk je.

(Binnenkort meer. Meer over mijn eigen kinderen, de kinderen van Merel Roze, het boek van Vandenb, Sinterklaas, fotograferen zonder flits, Franse vrouwen, boomhutten bouwen in een bos met alleen naaldbomen, de slaapkamer van Arnon Grunberg, en natuurlijk over dromen.)   reageer |
» De zonen van concertpianist Uhlhorn Ik heb zojuist een hazeslaapje gedaan. Dan ben ik beter voorbereid op de lange nacht die voor mij ligt. Ik dommelde weg en zag de garage voor me waar ik vroeger met Hergen tafeltenniste. Hergen was twee jaar jonger dan ik, wat veel was toen we zo oud waren.
Hij had een oudere broer, Robert-Jan, die bij mij in de klas zat. Die wilde later vliegtuigbouwkundig ingenieur worden. Dat wist hij al op zijn tiende. En hij is het geworden.
Robert-Jan en ik waren, samen met Joan de Wit, de besten van de klas, er was sprake van concurrentie. (Joan is later caissière geworden in de plaatselijke supermarkt.) Hij begreep dat even goed als ik. We spraken er nooit over. Maar: hij was minder vlot. Ik versloeg hem gemakkelijk met tennissen, dus tennisten we zelden. Vriendinnetjes had hij niet, ik wel. Hij zat altijd op zijn kamer, bekwaamde zich in de techniek met meccano of dat Duitse technische speelgoed, hoe heet dat spul ook weer. En hij had een chemiedoos, volgens mij.
Hij was vaak alleen, net als ik.
Zijn vader was concertpianist. Ik herinner mij een concert in Veenendaal waar wij allemaal aanwezig waren. Op een zeker moment stond Robert-Jan op en begon met een serieus gezicht — nu zou ik zeggen: met een uitgestreken en heilig smoel, maar dat past niet bij de rest van de woorden die ik gebruik — mee te dirigeren. Hij leek de muziek uit het hoofd te kennen, maar dat wilde ik toen niet aannemen. De anderen keken terloops naar hem, ze vonden het blijkbaar gewoon wat hij deed. Ik niet. Later bedacht ik me dat hij de muziek inderdaad wel zou kennen: zijn vader oefende immers thuis, hij hoorde die muziek vaak.
Ik heb tekeningen gemaakt van het concert. Ik tekende de pianist, het orkest erachter. Ik deed daar mijn best op. Ik geloof dat ik de schaal weer in evenwicht wilde brengen: Robert-Jan dirigeert mee, ik maak de tekeningen.

Het wordt tijd dit soort dingen toe te gaan geven.

Maar ik ging liever met zijn broertje Hergen om. Wij lagen elkaar beter. Af en toe, tijdens het tafeltennissen, moest ik het balletje zoeken en zag dan het gereedschap van zijn vader liggen op de houten schappen achter in de garage, die los van het huis gebouwd was. Ik herinner mij houtwol. Rechts stonden de fietsen. Voor de garage stond een tweedehands, oranje Ford Cortina station car. Tussen de achterbak en de achterbank was een rooster geplaatst, zodat de herdershond, waarmee zijn moeder in het bos ging wandelen, achter in de auto kon zitten. Op een middag kwam zijn moeder (Ina, maar zo noemde ik haar niet, dat deed je nog niet in die tijd) terug met de auto. Verontwaardigd liet ze twee deuken zien, ter hoogte van de koplampen. Ze was de M.C. Verloopweg afgereden, naar het bos. Onverlaten hadden een ijzeren draad over de weg gespannen. Die had ze niet gezien en ze was er in volle vaart tegenop gereden. Ze had aangifte gedaan bij de politie. Het was een lieve vrouw, ze wandelde urenlang alleen met de hond. Ze was niet gelukkig, kan ik nu zeggen. Zo vaak als ze alleen met de hond in dat bos liep te wandelen. Toen zag ik dat niet. Het was de moeder van mijn vriendje, meer niet.
Bij slecht weer tennisten we ook wel op de tafeltennistafel: je mocht het balletje dan met een bovenhandse service in het spel brengen, zonder dat die eerst je eigen speelhelft hoefde te raken. (Wanneer het weer het toeliet, tennisten we natuurlijk op de tennisbaan, dagenlang, partij na partij.)
Ook schaakten we veel, we speelden stratego, 's zomers zwommen we in het Bosbad.
We bouwden hutten in het bos en kwamen thuis met harsvlekken in onze kleren: we roken naar uitgestrekte wouden.
Het is niet erg goed met Hergen afgelopen, dacht ik. Ik hoop dat hij met evenveel verlangen terugdenkt aan al die middagen dat we samen gespeeld hebben. We waren tegen elkaar opgewassen, er was sprake van een vanzelfsprekende vriendschap waarover niet gesproken werd, zoals ik met zijn broer Robert-Jan niet over rapportcijfers sprak.
Er werd niet gesproken, in niemands jeugd wordt gesproken, als het goed is. Ik verlang daar naar terug. Dat overspannen gedoe van tegenwoordig. Laat Hergen zich sterken door de herinnering zoals ik mij erdoor laat sterken nu. Ik hoop dat hij ook terugdenkt, het zal hem goed doen, het doet mij goed.
Misschien is hij nog niet zo ver. Zo graag zou ik nog eens...
Enfin.

Nu ga ik het café in. Na het schrijven van deze zinnen heb ik bewezen dat ik mij alles kan herinneren wat ik wil.   vier reacties |
» De Zuidlaarder paardenmarkt Een onbekende vrouw begint een gesprek. Nou ja, onbekend, ze kent mij wel, maar ik haar niet. Ze kent mij van vroeger, en ik ben vergeten dat ik haar van vroeger ken. Ze ruikt lekker. En vanavond heeft ze afscheid genomen van haar man. (Ineens word ik ongehoord verliefd op Cathelijne, terwijl die niet in de buurt is.) Ja, jij bent leuk. O, ben ik leuk. Ik ben helemaal niet leuk. Ik ben vernietigend, ik breek je af... Twee kleuren in mijn hoofd...
Nee! Helemaal niet! Je bent de wandelende troost.
Zo, zeg jij dat, de wandelende troost. Durf jij dat woord in de mond te nemen. In mijn hoofd is het een grotere drukte dan op de Zuidlaarder paardenmarkt waar ik in mijn dromen vroeger met mijn vader ben geweest.   een reactie |
» Willem Frederik Hermans Wat zou er veranderen als ik altijd alleen was, in plaats van meestal, zoals nu?

Willem Frederik Hermans: 'Het grote medelijden', in: Een wonderkind of een total loss, blz. 210.   reageer |




© F. Ellingmann 2003-2007
rss = statistieken = mail

LANGERE STUKKEN

EERDER

November 2003
December 2003
Januari 2004
Februari 2004
Maart 2004
Juni 2004
Juli 2004
Augustus 2004
September 2004
Oktober 2004
Januari 2005
Februari 2005
Maart 2005
April 2005
Mei 2005
Juni 2005
Juli 2005
Augustus 2005
September 2005
Oktober 2005
November 2005
December 2005
Januari 2006
Februari 2006
Maart 2006
April 2006
Mei 2006
Juni 2006
Juli 2006
Augustus 2006
September 2006
Oktober 2006
November 2006
December 2006
Januari 2007
Februari 2007
Maart 2007
April 2007
Mei 2007
Juni 2007
Juli 2007
Augustus 2007
September 2007
Oktober 2007
November 2007
December 2007
Januari 2008