» De kapper van Okura
Deze titel is van mij. Ik heb een geweldig leven: ik verzamel titels. Ik ondervraag mensen. Mijn vrouw is met paarden. Mijn leven is net begonnen, geloof ik. Zodra alle getuigen dood zijn, begin ik te schrijven.
vier reacties | ¶
» Bent u graag alleen?
Morgen (of overmorgen, of na Kerst, ik heb het druk) schrijf ik misschien wel iets over: Samir Azzouz (* 27 juni 1986, het verhaal speelt zich af in een fort in Afghanistan, ik zeg niet waar), Arthur Japin (* 26 juli 1956, het verhaal speelt zich af in een kamer in Utrecht), of over mijn vader natuurlijk (* 27 september 1933, het verhaal speelt zich af in een café in Praag, of op een begraafplaats in Spankeren).
Ik ben zo graag alleen! een reactie | ¶
Ik ben zo graag alleen! een reactie | ¶
» Overnachten
Leuk avondje met Mariuszek en boeft in de Stof. Frank en Phloor werken, het is warm en gezellig. Mariuszek en boeft gaan rond tweeën weg, Mariuszek moet morgen brunchen met zijn moeder, boeft zat aan haar tax — net niet erover. 'Ik heb mijn sleutels niet bij me,' zegt ze. 'Mag ik de jouwe? Dan bel jij aan of je belt me op mijn mobiel, en dan doe ik de deur open.' Ik stem toe en geef haar mijn sleutels.
Ik blijf nog even, met Phloor en Frank, tot een uur of vier. Phloor is door haar knie gegaan. Ze moet sporten, vind ik. Ontwikkelde spieren voorkomen allerlei pijn en ongemak. Kortom, allemaal heel gemoedelijk.
We nemen afscheid. Ik loop naar huis. Ik bel aan. Niets. Ik telefoneer. Niets. Ik ijsbeer en denk: ze doet zo wel open. Ik sms naar Phloor. 'Ga naar George!' sms't ze terug. Maar dat vind ik nog te vroeg, het is pas vijf uur.
Ik zie taxi's voorbijkomen. Ik ijsbeer. Ik denk: ik neem een taxi naar de stad, voor een kop koffie, en kom terug. Maar ik doe het niet, want ik vertrouw erop dat boeft tot inzicht komt. Alsof iemand die slaapt, tot inzicht kan komen! Ik kan haar welbeschouwd niets kwalijk nemen. Wat minder welbeschouwd kan ik haar heel veel kwalijk nemen. Ik ijsbeer. Ik bel haar op en zeg dingen in de voicemail, maar echt grof word ik niet. Meer ongeloof, of verbazing. Het begint te sneeuwen.
Nu is het kwart over zeven. De benedenbuurman is net thuisgekomen van een feestje, en heeft voor mij de deur geopend. Hij heeft een jolig hoedje op zijn hoofd. Ik heb tweeëneenhalf uur buiten gestaan, en leen mijn sleutels nooit meer uit.
Lekker warm, hier binnen. Ik heb de katten getrakteerd op de chorizo van boeft...
Biertje, morgen? (Frank en Phloor werken...) twee reacties | ¶
Ik blijf nog even, met Phloor en Frank, tot een uur of vier. Phloor is door haar knie gegaan. Ze moet sporten, vind ik. Ontwikkelde spieren voorkomen allerlei pijn en ongemak. Kortom, allemaal heel gemoedelijk.
We nemen afscheid. Ik loop naar huis. Ik bel aan. Niets. Ik telefoneer. Niets. Ik ijsbeer en denk: ze doet zo wel open. Ik sms naar Phloor. 'Ga naar George!' sms't ze terug. Maar dat vind ik nog te vroeg, het is pas vijf uur.
Ik zie taxi's voorbijkomen. Ik ijsbeer. Ik denk: ik neem een taxi naar de stad, voor een kop koffie, en kom terug. Maar ik doe het niet, want ik vertrouw erop dat boeft tot inzicht komt. Alsof iemand die slaapt, tot inzicht kan komen! Ik kan haar welbeschouwd niets kwalijk nemen. Wat minder welbeschouwd kan ik haar heel veel kwalijk nemen. Ik ijsbeer. Ik bel haar op en zeg dingen in de voicemail, maar echt grof word ik niet. Meer ongeloof, of verbazing. Het begint te sneeuwen.
Nu is het kwart over zeven. De benedenbuurman is net thuisgekomen van een feestje, en heeft voor mij de deur geopend. Hij heeft een jolig hoedje op zijn hoofd. Ik heb tweeëneenhalf uur buiten gestaan, en leen mijn sleutels nooit meer uit.
Lekker warm, hier binnen. Ik heb de katten getrakteerd op de chorizo van boeft...
Biertje, morgen? (Frank en Phloor werken...) twee reacties | ¶
