» Daken van gras, daken van stro
Ik word wakker. Het besluit is genomen, voor mij. Dat krijg je, als je zelf geen besluit neemt.
Er klotst water om me heen. Ik kijk links, en rechts, en achter me, en overal is water. Ik lig in een boot, vastgebonden. Ze moeten me hebben, denk ik. Dat is ook zo. Zelfs mijn eigen vrouw weet er niets van. Dat heb ik goed gedaan.
We gaan naar Engeland, zegt iemand met een Amerikaans accent. Mooi zo. Waarom moet je mij hebben? 'You know the guy.' Waarom moet het zo stiekem? 'Because they know you.' De boot waarin ik lig, is een mooie boot. Met smalle latjes. Ik heb uitzicht over de zee, naar links, naar rechts, naar achter, en zelf ben ik onzichtbaar. Ik zie Amsterdam achter me verdwijnen, ik begin te lachen, en te juichen. Ik word niet ontvoerd, maar gered.
We naderen de Britse haven, ze zijn aardig voor me. Geblinddoekt word ik naar het vliegveld gebracht. Ik maak kennis met de anderen die in hetzelfde vliegtuig worden vervoerd. Een Hercules C-130. 'Het is oorlog,' zegt een van de Amerikanen. 'En jij bent onze bondgenoot.' Ik mag weer kijken en ik vind dat hij gelijk heeft.
We vliegen over Europa, over Israël, over Jordanië, en over Irak (inmiddels veilig gebied). Dan naar het zuiden en via de Golf naar Afghanistan. Ik weet precies waar we landen. We moeten uitstappen. Alles doe je één keer. Er staat een helikopter klaar, want we moeten naar het oosten. Of ik moe ben, of slaap heb? Nee. De anderen blijven in het westen, ik ga mee. Alleen de dapperste jongens gaan mee. En die zijn ook bang, want ze lezen Harry Potter-boekjes. Ik kijk naar beneden, vanuit de helikopter, en zie het Paradijs, zo mooi is het landschap. Osama bin Laden heeft gelijk dat hij dit landschap heeft uitgezocht. We vliegen en vliegen, en na uren vliegen daalt de helikopter en sta ik op de grond. Er staat een auto klaar. 'Dit zijn je lijfwachten.' Waar heb ik het aan verdiend, vraag ik me af. We rijden door het dal, het is het einde van de middag, de zon staat laag. Ten slotte komen we in een dorp, waar ze me mijn slaapplaats wijzen, in een versterkt huis, zo zou ik het omschrijven. Het is opgebouwd uit grote blokken steen, je ziet dat in Catalonië. Er is een muur omheen gebouwd, twee ingangen, met lijfwachten. Dag man. Ik word bejegend als een generaal, en zo gedraag ik me inmiddels ook. Ik zit in mijn kamer, er is niet zoveel licht, één venster, er komt iemand met eten en een karaf water. Slapen. Slapen in je eigen droom.
Zo'n stoere man maakt me wakker. 'We're leaving.' Ik ga mee. Ik was me, in een hok. In tegenstelling tot mijn begeleiders zie ik er meteen uit zoals de anderen, de mensen die hier vandaan komen, eruit zien. Ik draag slippers en een gewaad, zo zouden we dat hier noemen, een gewaad. Niet wit, niet zwart, maar zandkleurig. Zo'n gewaad. Iemand heeft me dat gegeven, ik weet niet meer wie.
We nemen een auto en rijden drie kwartier door de bergen, door het dal. Dan zie ik in de verte een fort opdoemen, een kasteel, met kantelen. Belachelijk, een kasteel met kantelen in Afghanistan. En toch is het zo. 'He's there, you know him.' We stoppen bij het fort. De mannen die me hebben begeleid, stappen uit en voeren me naar de ingang van het fort. Ik treed binnen. Ze sluiten de poort achter me.
Ik kijk en zie een jongen lopen. Het fort is rechthoekig, dertig bij dertig meter, de muren zijn opgetrokken uit leem, uit klei. Minstens drie meter hoog die muren, je kunt er niet uit. De jongen heeft een wit kleed aan. Het is Samir Azzouz. 'Kom eens hier,' zeg ik, in het Nederlands. 'Er is een fout gemaakt, iemand heeft een vertaalfout gemaakt.' Hij heft zijn hoofd op. 'Wat fout!' roept hij. 'Die maagden,' zeg ik. 'Wat weet jij van maagden!' roept hij. Ik zeg: 'Er is een Nederlandse professor, en die zegt dat die tweeënzeventig maagden geen maagden zijn, maar druiven!'
'Druiven.'
Er wordt een touwladder over de muur gegooid. Ik klim erin. Ik kijk naar het betoverende landschap. In de verte zie ik huizen staan. Sommige zijn voorzien van plaggen, van gras. Andere van riet. Daken van gras, daken van stro. vijf reacties | ¶
Er klotst water om me heen. Ik kijk links, en rechts, en achter me, en overal is water. Ik lig in een boot, vastgebonden. Ze moeten me hebben, denk ik. Dat is ook zo. Zelfs mijn eigen vrouw weet er niets van. Dat heb ik goed gedaan.
We gaan naar Engeland, zegt iemand met een Amerikaans accent. Mooi zo. Waarom moet je mij hebben? 'You know the guy.' Waarom moet het zo stiekem? 'Because they know you.' De boot waarin ik lig, is een mooie boot. Met smalle latjes. Ik heb uitzicht over de zee, naar links, naar rechts, naar achter, en zelf ben ik onzichtbaar. Ik zie Amsterdam achter me verdwijnen, ik begin te lachen, en te juichen. Ik word niet ontvoerd, maar gered.
We naderen de Britse haven, ze zijn aardig voor me. Geblinddoekt word ik naar het vliegveld gebracht. Ik maak kennis met de anderen die in hetzelfde vliegtuig worden vervoerd. Een Hercules C-130. 'Het is oorlog,' zegt een van de Amerikanen. 'En jij bent onze bondgenoot.' Ik mag weer kijken en ik vind dat hij gelijk heeft.
We vliegen over Europa, over Israël, over Jordanië, en over Irak (inmiddels veilig gebied). Dan naar het zuiden en via de Golf naar Afghanistan. Ik weet precies waar we landen. We moeten uitstappen. Alles doe je één keer. Er staat een helikopter klaar, want we moeten naar het oosten. Of ik moe ben, of slaap heb? Nee. De anderen blijven in het westen, ik ga mee. Alleen de dapperste jongens gaan mee. En die zijn ook bang, want ze lezen Harry Potter-boekjes. Ik kijk naar beneden, vanuit de helikopter, en zie het Paradijs, zo mooi is het landschap. Osama bin Laden heeft gelijk dat hij dit landschap heeft uitgezocht. We vliegen en vliegen, en na uren vliegen daalt de helikopter en sta ik op de grond. Er staat een auto klaar. 'Dit zijn je lijfwachten.' Waar heb ik het aan verdiend, vraag ik me af. We rijden door het dal, het is het einde van de middag, de zon staat laag. Ten slotte komen we in een dorp, waar ze me mijn slaapplaats wijzen, in een versterkt huis, zo zou ik het omschrijven. Het is opgebouwd uit grote blokken steen, je ziet dat in Catalonië. Er is een muur omheen gebouwd, twee ingangen, met lijfwachten. Dag man. Ik word bejegend als een generaal, en zo gedraag ik me inmiddels ook. Ik zit in mijn kamer, er is niet zoveel licht, één venster, er komt iemand met eten en een karaf water. Slapen. Slapen in je eigen droom.
Zo'n stoere man maakt me wakker. 'We're leaving.' Ik ga mee. Ik was me, in een hok. In tegenstelling tot mijn begeleiders zie ik er meteen uit zoals de anderen, de mensen die hier vandaan komen, eruit zien. Ik draag slippers en een gewaad, zo zouden we dat hier noemen, een gewaad. Niet wit, niet zwart, maar zandkleurig. Zo'n gewaad. Iemand heeft me dat gegeven, ik weet niet meer wie.
We nemen een auto en rijden drie kwartier door de bergen, door het dal. Dan zie ik in de verte een fort opdoemen, een kasteel, met kantelen. Belachelijk, een kasteel met kantelen in Afghanistan. En toch is het zo. 'He's there, you know him.' We stoppen bij het fort. De mannen die me hebben begeleid, stappen uit en voeren me naar de ingang van het fort. Ik treed binnen. Ze sluiten de poort achter me.
Ik kijk en zie een jongen lopen. Het fort is rechthoekig, dertig bij dertig meter, de muren zijn opgetrokken uit leem, uit klei. Minstens drie meter hoog die muren, je kunt er niet uit. De jongen heeft een wit kleed aan. Het is Samir Azzouz. 'Kom eens hier,' zeg ik, in het Nederlands. 'Er is een fout gemaakt, iemand heeft een vertaalfout gemaakt.' Hij heft zijn hoofd op. 'Wat fout!' roept hij. 'Die maagden,' zeg ik. 'Wat weet jij van maagden!' roept hij. Ik zeg: 'Er is een Nederlandse professor, en die zegt dat die tweeënzeventig maagden geen maagden zijn, maar druiven!'
'Druiven.'
Er wordt een touwladder over de muur gegooid. Ik klim erin. Ik kijk naar het betoverende landschap. In de verte zie ik huizen staan. Sommige zijn voorzien van plaggen, van gras. Andere van riet. Daken van gras, daken van stro. vijf reacties | ¶
» Ellingmann
Mama deed de was, en ik heb toen voor het eerst mijn veters gestrikt. Maar ik kende dat woord niet. Papa was aan het werk, ik was alleen met haar. Met hem ging ik kamperen, later liep het mis, ik geef een overzicht, papa was mijn bondgenoot, mijn beste vriend, dat kan, volgens mij.
Ik ben nog steeds alleen met haar.
Ze zei: ze zei niks. Ze keek alleen.
Man wat hield ik van haar, maar ook dat woord kende ik niet.
Het was in de tijd dat je van iemand hield en het tegengestelde niet kende.
Laten we maar naar Parijs gaan. In Parijs kan ik alles ontkennen. een reactie | ¶
Ik ben nog steeds alleen met haar.
Ze zei: ze zei niks. Ze keek alleen.
Man wat hield ik van haar, maar ook dat woord kende ik niet.
Het was in de tijd dat je van iemand hield en het tegengestelde niet kende.
Laten we maar naar Parijs gaan. In Parijs kan ik alles ontkennen. een reactie | ¶
» Sharon
Je haatte me al, en dat zal nu alleen maar erger worden. Maar naarmate jij me meer haat, word ik ouder en interesseert het me minder dat je zo'n hekel aan me hebt.
Ik ben een enorme aanhanger van de staat Israël. Ik ben ook een voorstander van de agressieve politiek van de staat Israël. Met 200 miljoen Arabieren om je heen die niets liever willen dan dat je de definitieve hel gaat bezoeken, is het kwaad kersen eten. Hoe duidelijker en definitiever de keuzes van de Israëlische premiers, des te groter werd en wordt mijn enthousiasme. Ik was dus voor Yitzhak Shamir, voor Golda Meir, voor Yitzhak Rabin zelfs. Vanavond zei ik tegen een van mijn vrienden: als de joodse lobby in de Verenigde Staten niet had bestaan, had de staat Israël niet meer bestaan. Dan was Israël en alles wat ermee te maken heeft, de Middellandse Zee in gedreven. Het is een geldkwestie, waar de levens van miljoenen mensen mee zijn gemoeid. Mensen aan wie ooit iets is beloofd.
Vanavond is Ariel Sharon politiek dood verklaard. Het zal je ongetwijfeld geen hol kunnen schelen, als het erop aankomt. Mij wel. Sharon is zo'n man die wonderen kan verrichten, zoals Reagan en Gorbatsjov dat deden, zoals Kohl dat deed. Kadima, zijn nieuwe partij, zou volgens verwachting veertig procent van de stemmen halen in maart. Sharon zou de definitieve grenzen van Israël vaststellen. Het feest gaat niet door. Het wordt een Palestijns feest. Dood, Gretta, Hamas, ellende. Ook de Mossad doet daar niets meer tegen. acht reacties | ¶
Ik ben een enorme aanhanger van de staat Israël. Ik ben ook een voorstander van de agressieve politiek van de staat Israël. Met 200 miljoen Arabieren om je heen die niets liever willen dan dat je de definitieve hel gaat bezoeken, is het kwaad kersen eten. Hoe duidelijker en definitiever de keuzes van de Israëlische premiers, des te groter werd en wordt mijn enthousiasme. Ik was dus voor Yitzhak Shamir, voor Golda Meir, voor Yitzhak Rabin zelfs. Vanavond zei ik tegen een van mijn vrienden: als de joodse lobby in de Verenigde Staten niet had bestaan, had de staat Israël niet meer bestaan. Dan was Israël en alles wat ermee te maken heeft, de Middellandse Zee in gedreven. Het is een geldkwestie, waar de levens van miljoenen mensen mee zijn gemoeid. Mensen aan wie ooit iets is beloofd.
Vanavond is Ariel Sharon politiek dood verklaard. Het zal je ongetwijfeld geen hol kunnen schelen, als het erop aankomt. Mij wel. Sharon is zo'n man die wonderen kan verrichten, zoals Reagan en Gorbatsjov dat deden, zoals Kohl dat deed. Kadima, zijn nieuwe partij, zou volgens verwachting veertig procent van de stemmen halen in maart. Sharon zou de definitieve grenzen van Israël vaststellen. Het feest gaat niet door. Het wordt een Palestijns feest. Dood, Gretta, Hamas, ellende. Ook de Mossad doet daar niets meer tegen. acht reacties | ¶
» Vroeger ging het over zelfmoord
We zijn dat stadium blijkbaar ontgroeid, misschien denk je aan alle sigaretten die je nog wilt roken, aan alle meisjes die je nog wilt redden, aan alle dieren waarvoor je vader wilt zijn, aan Bach-muziekjes die je nog 512 keer wilt horen, en aan alle voornemens voor 2006, of later, en aan doden die je moet herdenken, want op zeker moment ben jij nog de enige levende die de doden herdenken kan. Ik schrijf dit zelf niet, ik heb het gehoord.
een reactie | ¶
