» Wolken
Wat ik weet, is bekend, maar nooit kom ik erachter wat ik niet weet. En het is nog erger: nooit zal ik te weten komen wat een ander weet, laat staan wat een ander niet weet. Ik kan niet eens bepalen of het Koninkrijk van het Weten groter is dan het Koninkrijk van het Niet-weten.
Ik ben kleurenblind, ik weet alles van blauw. Ik wantrouw iedereen. Iedereen. | ¶
Ik ben kleurenblind, ik weet alles van blauw. Ik wantrouw iedereen. Iedereen. | ¶
» De taal van de Tartarus
Aan het eind van de straat leunt een man te midden van vuilniszakken en fietswrakken tegen een lantaarnpaal en hij scheert zich in okergeel licht — het is als gebruikelijk nacht. Met zijn lege linkerhand wenkt hij met ruim gebaar en zwijgt: kom dichterbij, u stoort mij niet, u bent een van de mijnen, dat zie ik zo.
Wat laat ik me door de duivel gemakkelijk verleiden.
Hij priemt met zijn ogen, die zeggen dat hij bezig is met de voorbereiding op de morgen. Hij bukt zich, grijpt vantussen de vuilniszakken een fles Heidsieck Brut en neemt een slok. 'Hoe kan ik u het zwart tonen zonder wit?' zegt hij zonder woorden, alsof hij dit voor de twaalfde maal twaalfde maal herhaalt. En het begint te sneeuwen. Daarna zijn de haren van zijn afgeschoren baard verdwenen onder een wit dek.
Hij wijst in de verte, mijn ogen zeggen hem dat de ochtend nadert en hij knikt. Hij werpt het scheermes in de richting van een toevallige passante. een reactie | ¶
Wat laat ik me door de duivel gemakkelijk verleiden.
Hij priemt met zijn ogen, die zeggen dat hij bezig is met de voorbereiding op de morgen. Hij bukt zich, grijpt vantussen de vuilniszakken een fles Heidsieck Brut en neemt een slok. 'Hoe kan ik u het zwart tonen zonder wit?' zegt hij zonder woorden, alsof hij dit voor de twaalfde maal twaalfde maal herhaalt. En het begint te sneeuwen. Daarna zijn de haren van zijn afgeschoren baard verdwenen onder een wit dek.
Hij wijst in de verte, mijn ogen zeggen hem dat de ochtend nadert en hij knikt. Hij werpt het scheermes in de richting van een toevallige passante. een reactie | ¶
» Oude plannen
De bankovervaller in Herzogenrath (bij Kerkrade) is dood. Een uur geleden zijn de laatste gijzelaars, vier bankemployés, ontsnapt omdat de man, een 45-jarige Duitser, in slaap was gevallen. Toen hij wakker werd en ontdekte dat hij alleen was, heeft hij een van zijn handgranaten laten ontploffen, en zo is hij gestorven. Een domme man, een treurige geschiedenis. De keuze van de bank was wel goed: in de grensstreek. Ik heb von Haus aus veel sympathie voor bankovervallers, zoals je weet. Maar deze had niet gerekend op al die mensen. Aanvankelijk waren er zestien mensen in het gebouw! Veel te veel voor één overvaller. Hij had twee miljoen mark geëist en een snelle auto om mee te ontsnappen. Volstrekt onmogelijk, natuurlijk: een plan geboren uit wanhoop.
Want: een bankoverval voer je op zijn minst met drie man uit. Twee in de bank, één in de auto, op de uitkijk. De overvallers zijn even lang, zien er exact hetzelfde uit — dragen dezelfde kleding en hetzelfde schoeisel, gekocht bij Wehkamp, Otto of een dergelijk postorderbedrijf — en spreken een taal die de hunne niet is. Onder de bivakmuts dragen ze een snor: ieder detail is van het grootste belang, zoals dat voor de politie ook het geval is. Een van hen is zeer bedreven in het besturen van een auto. Na de overval worden de gebruikte kleren, schoenen, mutsen, snorren, wapens en wat dies meer zij verbrand of in het IJsselmeer geworpen met een paar bakstenen erbij, net als de zak(ken) waarin het geld vervoerd is.
De overvallers sluiten vervolgens een verbond voor eeuwig.
Doe je mee? Na het feestje word je thuisgebracht. reageer | ¶
Want: een bankoverval voer je op zijn minst met drie man uit. Twee in de bank, één in de auto, op de uitkijk. De overvallers zijn even lang, zien er exact hetzelfde uit — dragen dezelfde kleding en hetzelfde schoeisel, gekocht bij Wehkamp, Otto of een dergelijk postorderbedrijf — en spreken een taal die de hunne niet is. Onder de bivakmuts dragen ze een snor: ieder detail is van het grootste belang, zoals dat voor de politie ook het geval is. Een van hen is zeer bedreven in het besturen van een auto. Na de overval worden de gebruikte kleren, schoenen, mutsen, snorren, wapens en wat dies meer zij verbrand of in het IJsselmeer geworpen met een paar bakstenen erbij, net als de zak(ken) waarin het geld vervoerd is.
De overvallers sluiten vervolgens een verbond voor eeuwig.
Doe je mee? Na het feestje word je thuisgebracht. reageer | ¶
» Hokus Podus Achilleus — een avond met George (2)
Himba ruiken lekker, daar begint het. Alleen al voor mijn vader — die rook ook altijd lekker — en de Himba ben ik bereid een BMW-718i aan te schaffen om terug te kijken. Maar ik moet aan mijn boek denken (Polaroid van een pasgeboren baby). Walter denkt aan zijn boek (West), Merel denkt aan haar boek (Loggen en leugens), en ook Heleen van Royen denkt aan haar boek (100.000 ex. verkocht in één week).
Mijn boek wordt geen 128 pagina's dik, ook geen 256, maar ongeveer 512. De beroemdste zin van een schrijver aan zijn uitgever dateert van [peu avant] 14 april 1932 en luidt: 'Je vous remets mon manuscrit du Voyage au bout de la nuit ( 5 ans de boulot)' (Louis-Ferdinand Céline: Lettres à la NRF 1931-1961, éditions Gallimard 1991).
Mijn huidige en wettige echtgenote heeft vanavond tweeëneenhalf uur in de file gestaan voordat ze thuis was. Ik besefte dat en belde haar op en zei: wil je een ribeye. Toen ze thuiskwam, had ik de kaarsjes al aangestoken en de aardappeltjes voor bij de ribeye stonden op. Ik heb ook een fles rode wijn voor haar gekocht en een glas voor haar ingeschonken. Ik heb alle kranten weggebracht en de keuken opgeruimd, en de afwas gedaan. Ik heb allemaal lieve dingen tegen haar gezegd, en niet alleen omdat het vandaag Complimentendag was. Ik zeg elke dag lieve dingen tegen haar.
In mijn referrers vond ik een vraag van een Belgisch meisje: 'Wat zijn de typische dingen aan een jongen dat je kan zien of hij van je houdt.' Liefje, uw vraag snijdt hout. Laat het maar niet van die jongen afhangen, zou ik zeggen. een reactie | ¶
Mijn boek wordt geen 128 pagina's dik, ook geen 256, maar ongeveer 512. De beroemdste zin van een schrijver aan zijn uitgever dateert van [peu avant] 14 april 1932 en luidt: 'Je vous remets mon manuscrit du Voyage au bout de la nuit ( 5 ans de boulot)' (Louis-Ferdinand Céline: Lettres à la NRF 1931-1961, éditions Gallimard 1991).
Mijn huidige en wettige echtgenote heeft vanavond tweeëneenhalf uur in de file gestaan voordat ze thuis was. Ik besefte dat en belde haar op en zei: wil je een ribeye. Toen ze thuiskwam, had ik de kaarsjes al aangestoken en de aardappeltjes voor bij de ribeye stonden op. Ik heb ook een fles rode wijn voor haar gekocht en een glas voor haar ingeschonken. Ik heb alle kranten weggebracht en de keuken opgeruimd, en de afwas gedaan. Ik heb allemaal lieve dingen tegen haar gezegd, en niet alleen omdat het vandaag Complimentendag was. Ik zeg elke dag lieve dingen tegen haar.
In mijn referrers vond ik een vraag van een Belgisch meisje: 'Wat zijn de typische dingen aan een jongen dat je kan zien of hij van je houdt.' Liefje, uw vraag snijdt hout. Laat het maar niet van die jongen afhangen, zou ik zeggen. een reactie | ¶
