title
» Calabria (1993) Muziek, oude brieven, geuren. Ik had vroeger een leraar Engels, hij was ooit vrachtwagenchauffeur geweest, dat vertelde hij eens, hij zei niet veel, op een middag liet hij een bandje horen voor de klas, Working Class Hero (John Lennon), iedereen schreeuwde er doorheen, wat is er van die man geworden, hij was toen nog wel jong, hij woonde in Lelystad geloof ik, ver van Doorn vandaan in ieder geval, ik herinner me ineens die middag, alles, de mensen, het voorjaar, het klaslokaal, het witte overhemd van die man dat hij altijd open had staan, de kleur van de linoleum-vloerbedekking (oranje-geel-rood), dat ik altijd op Hanneke lette (waar ze zat, wat ze aanhad, wat ze zei, tegen wie ze het zei, ik wilde haar doorgronden) wanneer was dit, dit was in 1979 of 1980, die leraar Engels bewonderde ik omdat hij zo stil was en pretentieloos onderwijs gaf, maar dat kon ik niet zeggen want hij was niet populair geloof ik, hij probeerde de tekst van het liedje van John Lennon uit te leggen, wat daarmee aan de hand was, hij liet het wel drie keer horen, hij vond het zelf erg mooi natuurlijk, ik neem dat mee voor de kinderen, zal hij wel gedacht hebben, maar denken de anderen nog wel eens aan hem? - hij had een bolle kop met kleine donkere oogjes en zwart stekeltjeshaar, al kalend op het voorhoofd, lieve kleine oogjes, ja, dertien, veertien jaar geleden, maar ik was al oud, al zeventien, ik had The Catcher in the Rye op mijn lijst staan en al drie keer gelezen, de affaire met Hanneke die mij afwees na drie maanden was al voorbij, dat kreeg nog een staartje, ik had een brommer toen, dat vond die leraar Engels - Menger heette hij, ineens weet ik het weer - prettig zonder dat hij het zei, dat had met motoren en olie te maken, daar hield die man volgens mij van, dagenlang door onherbergzame streken rijden en dan 's avonds een eenvoudige herberg aandoen, eten wat men je voorzet en dan in bed, de volgende dag vroeg op en nog wat aan de motor prutsen, de geur van olie en benzine, altijd alleen, daar droomde ik toen wel van, ik had het gehad met de mensen toen, in die tijd begon ik te schrijven over hoe alles toch zo kan mislopen en ik ging alleen uit kamperen naar België en schreef later over een meisje dat ik in de trein ontmoet had en dat mij vertelde dat ze naar Luxemburg moest - ze kwam uit Italië, uit Calabria, in het zuiden - en hoe ik in Maastricht op het station afscheid van haar moest nemen, haar zachtjes op haar wang zoende en wist dat ik haar niet weer zou zien, ik dacht het en zij zei het toen (later heb ik het zelf wel eens gezegd), het kon ook niet anders, hoe ze me in mijn hand kneep en de trein naar Luxemburg in stapte - het verhaal dat ik daarover schreef heette ook Calabria - en ik verder reisde naar Ster-Francorchamps; later zat ik in de klas tussen de anderen en dacht ik: ik heb alleen in Ster gekampeerd, dat kunnen jullie niet zeggen, misschien gaan wij daar ook nog eens naar toe, dan zie je Myro Chodorowski en de herberg, dan zie je de bron en de apenrots waar we 's nachts op kunnen zitten en naar de bomen kunnen kijken, elkaar kunnen vertellen over vroeger, maar het zal er wel niet van komen, het moet er misschien niet meer van komen, waar is het toen ik nog klein was toch misgelopen, ik weet het nu nog niet, ik zou nog steeds wel een motor willen hebben.
Zojuist was Working Class Hero op de radio, vandaar.   |
» De maan Samen met mijn nieuwe kat eet ik borden spaghetti leeg. Dat mocht vroeger niet, maar nu is er niemand meer die mij mag controleren. In de nieuwe wereld zijn er nog maar weinig grenzen. We kunnen naar de maan, wat mij betreft.

  |
» Mama Mijn moeder is vandaag naar een kunstcursus geweest. Een van de schilderijen die ze heeft gezien is: Room in New York. Ik vertelde haar dat dit een van de mooiste schilderijen is die ik ken. Ze begreep er niets van — dat haar zoon zoiets vernietigends zo mooi kan vinden.
'Je kunt naar binnen kijken.'
Jaja, je kunt naar binnen kijken.


  |
» Quelle heure est-il au Paradis?


Donder, de gevallen en herrezen poes, mag ook mee naar Parijs. Eind april ga ik een huis regelen, daar. En ik kom nooit meer terug. Lente in Parijs. Met mijn eigen katten, Paradijs.   |
» De krant van gisteren 28 april 1995, 18.15 uur — Ooit heb ik een gesprek gevoerd over de dag van gisteren, dat wil zeggen, over de dag dat Hermans zou overlijden. 'Zal het NRC-Handelsblad het als kop brengen? Of zal het op de voorpagina in zo'n klein artikeltje worden aangekondigd, met op bladzijde 3 rechts onderaan een stukje van Reinjan Mulder?' Als iemand voor jou zo belangrijk is, en in jouw leven zo belangrijk en af en toe beslissend is geweest — mag ik dat zeggen nu ik pas op de helft ben? — en als je bovendien beseft dat de man ook in het Nederlandse maatschappelijke leven een niet onbelangrijke rol heeft gespeeld, dan kun je je niet voorstellen dat men iets anders zou doen dan de halve krant met dit bericht vullen.
En zie: dat heeft men gedaan. De bovenste helft van de voorpagina, pagina 6 en 7 in zijn geheel en het volledige hoofdartikel zijn gewijd aan de grootste schrijver van Nederland die ooit geleefd heeft. Bij het lezen van de artikelen moest ik tranen wegpinken en gisteren, toen Reve over zijn voormalige vriend sprak, barstte ik zelfs in huilen uit. Verder kan ik er dacht ik weinig over zeggen. Ik heb er al genoeg over gezegd en heb velen aangezet tot het lezen van zijn boeken. Dat zal ik blijven doen.
Hermans is overleden aan longkanker. Vorig jaar, na zijn optreden in De Balie, heb ik hem nog een sigaret aangeboden, maar hij weigerde vriendelijk, hoewel hij met veel verlangen naar mijn lichtblauwe pakje keek — ook zijn merk. Zijn vrouw vroeg mij zelfs mijn sigaret te doven. Al sinds drie jaar was hij met roken gestopt op doktersadvies, vertelde hij.
Ook een biertje sloeg hij beslist af.

'Alle grote literatuur loopt niet goed af. Waarom niet? Omdat het menselijk leven niet goed afloopt.'
W.F. Hermans, 1994   |
» Ik zoek God Als het niet goed met je gaat, zoals met mij, dan kom je eerder op een website als ikzoekgod.nl terecht dan op funda.nl. Het is geen wanhoop, maar nieuwsgierigheid die je drijft, nieuwsgierigheid naar anderen met wie het slecht gaat. Evengoed neem je de adviezen aan hen in je op. Ik bedoel: ik ben niet nieuwsgierig naar de ervaring van mijn eigen dood. Maar ik betrap mezelf er wel op dat ik er meer over denk dan vroeger, toen er geen tijd voor was. Er is tijd gekomen. Mijn vulpen maakt overuren, met mijn schrijversleven gaat het beter dan ooit tevoren, eindelijk, maar je ziet er voorlopig niets van.

Ik verheug me op Pasen — niet omdat Jezus dan uit de grot verrijst, maar omdat Johann Sebastian Bach er mensonterend mooie muziek over heeft gemaakt, die in die dagen voortdurend op radio en tv te horen is. Op 20 april 1984 heb ik de Matthäus in de kerk in Naarden gehoord, met Mechtelt, mijn vriendinnetje van toen, die zal nu ook wel twee of drie kinderen hebben. De meeste mensen die ik ken zijn ontstellend goed in vergeten. De meeste mensen die God zochten, zijn dood.   |




© F. Ellingmann 2003-2007
rss = statistieken = mail

LANGERE STUKKEN

EERDER

November 2003
December 2003
Januari 2004
Februari 2004
Maart 2004
Juni 2004
Juli 2004
Augustus 2004
September 2004
Oktober 2004
Januari 2005
Februari 2005
Maart 2005
April 2005
Mei 2005
Juni 2005
Juli 2005
Augustus 2005
September 2005
Oktober 2005
November 2005
December 2005
Januari 2006
Februari 2006
Maart 2006
April 2006
Mei 2006
Juni 2006
Juli 2006
Augustus 2006
September 2006
Oktober 2006
November 2006
December 2006
Januari 2007
Februari 2007
Maart 2007
April 2007
Mei 2007
Juni 2007
Juli 2007
Augustus 2007
September 2007
Oktober 2007
November 2007
December 2007
Januari 2008